Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement het voorstel voor de Vierde Antiwitwasrichtlijn aangenomen. Deze richtlijn dient ter vervanging van de Derde Antiwitwasrichtlijn. De Antiwitwasrichtlijnen hebben tot doel het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bestrijden. Zij doen dit onder andere door banken, andere financiële instellingen en de beoefenaren van bepaalde beroepen te verplichten om hun cliënten en de uiteindelijke begunstigden daarvan te identificeren. Een belangrijk nieuw onderdeel van de Vierde Antiwitwasrichtlijn is de verplichting voor alle EU-lidstaten om een register in te stellen dat informatie bevat over de uiteindelijke belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’; UBO’s) van rechtspersonen die zijn opgericht naar het recht van de desbetreffende lidstaat.

UBO-register

De nieuwe bepalingen verplichten rechtspersonen om adequate, accurate en actuele informatie over hun UBO’s bij te houden. Deze informatie zal worden opgenomen in een centraal register in de lidstaat waar zij zijn opgericht. Een UBO is een persoon die het uiteindelijke belang in of de uiteindelijke zeggenschap over een rechtspersoon heeft. In het algemeen kwalificeert als UBO een persoon met een (uiteindelijk) belang van meer dan 25% in een rechtspersoon. Met betrekking tot de UBO worden ten minste de volgende gegevens in het register opgenomen:

  • naam;
  • maand en jaar van geboorte;
  • nationaliteit;
  • woonland;
  • aard en omvang van het belang.

Toegang tot het UBO-register

De informatie over UBO’s is toegankelijk voor bepaalde overheidsinstanties en voor bedrijven die verplicht de UBO’s van hun cliënten moeten identificeren, zoals banken, verzekeraars, accountants- en belastingadvieskantoren en makelaars. Andere belangstellenden, onder wie burgers en journalisten, moeten aantonen dat ze een legitiem belang bij inzage in het register hebben. Het is nog niet duidelijk wanneer sprake is van een legitiem belang.

In uitzonderlijke, individuele gevallen kunnen lidstaten de toegang tot het register beperken indien een risico van fraude, ontvoering, geweld, intimidatie of afpersing aanwezig is, dan wel wanneer de UBO minderjarig of wilsonbekwaam is. De bewijslast ligt bij degene die deze uitzondering wil inroepen.

Vervolg

Nederland dient binnen twee jaar na publicatie in het Europees Publicatieblad een nationale regeling voor implementatie van het UBO-register in te voeren. Minister Dijsselbloem heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat hij deze termijn zal aanhouden en dat hij verwacht dat het UBO-register in de zomer van 2017 zal worden ingevoerd.

Commentaar van Meijburg & Co

Meijburg & Co onderschrijft uiteraard het belang van de bestrijding van witwassen en van de financiering van terrorisme. Transparantie van financiële gegevens is hiervoor een noodzakelijk instrument. Het is echter ook duidelijk dat het UBO-register een grote impact kan hebben op de privacy van (groot)aandeelhouders in (familie)bedrijven. Het is van groot belang dat de Nederlandse implementatie van de richtlijn zo veel mogelijk rekening houdt met deze privacy, bijvoorbeeld door een scherpe inkadering van het begrip ‘legitiem belang’. Wij houden de verdere ontwikkelingen uiteraard nauwlettend in de gaten en adviseren u graag over de mogelijkheden om gegevens die privacygevoelig zijn te beschermen.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat