Op 7 mei 2014 heeft Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in zeven individuele procedures inzake de crisisheffing. Werkgevers waren deze heffing van 16% verschuldigd in april 2013 voor zover het loon van een werknemer over 2012 meer bedroeg dan € 150.000. Voor de behandelde individuele procedures zijn geen vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst gesloten en deze hebben dus geen betrekking op de nog te behandelen proefprocedures.

Alle beroepen zijn ongegrond verklaard. De rechtbank heeft kort samengevat het volgende overwogen.

Loonbelastingtechnisch

Over hetzelfde loonbestanddeel mag volgens de rechtbank dubbel loonbelasting worden geheven (zowel van de werknemer als van de werkgever). In de Wet op de loonbelasting 1964 is namelijk uitdrukkelijk opgenomen dat de crisisheffing hoge lonen wordt geheven in afwijking van de overige heffingsbepalingen in de wet. Ook van een directeur-grootaandeelhouder met een (gebruikelijk) loon boven de € 150.000 kan gewoon crisisheffing worden geheven. De maatstaf voor de heffing is immers het feitelijk uitbetaalde loon.

Terugwerkende kracht

Door de rechtbank wordt terugwerkende kracht van de regelgeving onderkend. De wetgever is volgens de rechtbank binnen de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid gebleven. De rechtbank acht de heffing van de crisisheffing niet onredelijk. Dit geldt ook voor de keuze om deze te heffen over het in 2012 genoten loon. Hierbij is in aanmerking genomen dat de crisisheffing slechts één onderdeel is van het pakket aan maatregelen om het begrotingstekort terug te dringen.

Gelijkheidsbeginsel

De rechtbank oordeelt dat de wetgever mocht kiezen voor een heffing van alleen de werkgevers, waarmee hij binnen zijn ruime beoordelingsmarge bleef. Voor zover dit leidt tot een ongelijke behandeling van gelijke gevallen is er volgens de rechtbank een rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling.

Individuele en buitensporige last

Voor zover in de procedures een beroep is gedaan op een individuele en buitensporige last, is deze volgens de rechtbank door de eisers niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank heeft hierbij de hoge jaarwinsten (variërend van € 4 miljoen tot ruim € 2 miljard) in zijn beoordeling betrokken. Ook in een verliessituatie werd een individuele en buitensporige last gelet op de aanwezige winstreserves niet aangenomen.

Hoe nu verder?

Hoewel de uitspraak in de individuele procedures niet in het voordeel werkt van de werkgevers die deelnemen aan de proefprocedures, is deze uitspraak slechts een eerste uitspraak van een rechtbank waartegen beroep zal worden ingesteld. De proefprocedures zullen naar verwachting in de loop van dit jaar worden behandeld. Ook voor de crisisheffing over lonen boven de € 150.000 in 2013 is ons advies om een bezwaarschrift in te dienen. Als extra argument geldt dat de eenmalige crisisheffing uiteindelijk niet eenmalig was. Ook dit jaar biedt KPMG Meijburg & Co de mogelijkheid om namens werkgevers bezwaar in te stellen tegen de afdracht van de crisisheffing. Mocht u gebruik willen maken van ons aanbod, neemt u dan gerust contact met ons op.