Op 27 mei 2014 heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en de nadien nog via een wijzigingsvoorstel (novelle) daarin aangebrachte wijzigingen als gevolg van het pensioenakkoord uit december 2013. De aanpassing van de pensioenen in 2015 (Witteveen 2015) is daarmee een feit.

Onderstaand een overzicht van de wijzigingen in 2015 ten opzichte van 2014:

Opbouwpercentages

Eindloonregeling                                    2014                 2015

Maximum pensioengevend loon            n.v.t.                 € 100.000 -/- AOW-franchise

Maximale opbouwpercentages ouderdomspensioen:

Ingaand op leeftijd 67 jaar                      1,90%               1,657%

Ingaand op leeftijd 66 jaar                      1,76%               1,535%

Ingaand op leeftijd 65 jaar                      1,63%               1,422%

Idem, partnerpensioen                           1,33%               1,160%

Minimale AOW-franchise                        € 13.449            € 14.204

 

Middelloonregeling                                 2014                 2015

Maximum pensioengevend loon            n.v.t.                 € 100.000 -/- AOW-franchise

Maximale opbouwpercentages ouderdomspensioen:

Ingaand op leeftijd 67 jaar                      2,15%               1,875%

Ingaand op leeftijd 66 jaar                      1,99%               1,735%

Ingaand op leeftijd 65 jaar                      1,84%               1,605%

Idem, partnerpensioen                           1,51%               1,313%

Minimale AOW-franchise                        € 13.449            € 12.552

 

Beschikbare-premieregeling

Alle nettostaffels zijn gebaseerd op de opbouwpercentages van een middelloonregeling. De franchises bij middelloon en beschikbare premie zijn gelijk.

Aftopping pensioengevend loon

De aftopping van het pensioengevend salaris heeft geen gevolgen voor het op 1 januari 2015 reeds opgebouwde ouderdoms- en nabestaandenpensioen, echter wel voor de omvang van het vanaf 1 januari 2015 op te bouwen pensioen. Vooral als het risico van overlijden of arbeidsongeschiktheid zich voordoet op of na 1 januari 2015, kunnen de financiële gevolgen zeer ingrijpend zijn. Ook pensioenen van reeds arbeidsongeschikt geworden werknemers kunnen worden getroffen als deze zijn ondergebracht bij een pensioenfonds.

Nettolijfrente

Het verdient aanbeveling om te onderzoeken in hoeverre de nettolijfrente soelaas kan bieden. Bij de nettolijfrente is de premie niet aftrekbaar, hoeft geen vermogensrendementsheffing te worden betaald en zijn de uitkeringen onbelast.

Lijfrentepremieaftrek

Niet alleen de pensioenen worden verlaagd, hetzelfde geldt voor de lijfrentepremieaftrek.

De formule voor de jaarruimte voor 2014 luidt als volgt:

  • 15,5% van de premiegrondslag (maximaal € 162.457) - 7,2A - F, waarbij A staat voor de pensioenaangroei en F voor de dotatie aan de oudedagsreserve.
  • Het maximale bedrag aan jaarruimte in 2014 is € 25.181.

De formule voor de jaarruimte voor 2015 wordt:

  • 13,8% x (€ 100.000 - € 11.829) - 6,5 x A - F.
  • Het maximale bedrag aan jaarruimte in 2015 is € 12.167.

Oudedagsreserve

De volgende formule geldt voor de toevoeging aan de oudedagsreserve.

In 2014: 10,9% van de winst met een maximum van € 9.542.

In 2015: 9,8% van de winst met een maximum van € 8.640.

Wijziging per 1 januari 2016

De staatssecretaris heeft aangekondigd dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2016 zal worden opgetrokken van 67 naar 68 jaar. Dat is vijf jaar eerder dan oorspronkelijk was gepland. Naar verwachting zal deze maatregel nieuwe pensioenverlagingen tot gevolg hebben.

Hoe kan KPMG Meijburg & Co u van dienst zijn?

Op basis van de nieuwe fiscale regels zullen bijna alle pensioenregelingen op 1 januari 2015 aangepast moeten zijn. Aanpassing van pensioenregelingen binnen bedrijven neemt tijd in beslag en dient zorgvuldig en tijdig plaats te vinden. In dat kader is het wellicht nuttig om de aandachtspunten van de verschillende aanpassingen per 1 januari 2015 ruim daarvoor al te bespreken met uw belastingadviseur bij KPMG Meijburg & Co. De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat als de wijzigingen in de pensioenovereenkomst niet tijdig zijn doorgevoerd, de gehele pensioenaanspraak progressief belast is. Voor de directeur-grootaandeelhouder impliceert dit dat de waarde van het pensioen wordt gesteld op het bedrag dat een verzekeringsmaatschappij in rekening zou brengen (dat is meestal hoger dan het bedrag dat als reservering op de balans staat). Tevens wordt 20% revisierente berekend.

De pensioengroep van KPMG Meijburg & Co beschikt over ruime expertise en ervaring rondom de aanpassing van pensioenregelingen en de fiscale mogelijkheden en onmogelijkheden. Wij kunnen u onder meer ondersteuning bieden bij het fiscaal beoordelen van de huidige pensioenregeling(en) en aanpassingen daarvan en u begeleiding geven bij goedkeuringstrajecten door de Belastingdienst en/of het Ministerie van Financiën. Tevens kunnen wij u helpen met alternatieve aanvullende pensioen- of spaarregelingen voor werknemers met een salaris boven en onder € 100.000 en u adviseren over alternatieve dekkingen voor de risico’s van arbeidsongeschikt worden en overlijden.

Wilt u meer informatie over onze pensioenadvisering en over wat wij voor u en uw organisatie kunnen betekenen? Neemt u dan contact op met een van de adviseurs uit de Pensioengroep of met uw eigen contactpersoon bij KPMG Meijburg & Co.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat