Op 19 mei 2016 is de Nederlandse regering een consultatieronde gestart naar aanleiding van de voorgestelde aanpassingen voor de innovatiebox. De voorgestelde aanpassingen liggen in lijn met de aanbevelingen in het door de OESO uitgebrachte BEPS 5-rapport en de recente evaluaties van de werking van de innovatiebox. Partijen – en dat kunnen ondernemingen zijn – die hun input willen geven dienen dat te doen voor 16 juni 2016.

In de consultatieronde is een concept bijgevoegd van de voorgestelde wijzigingen in de Wet op de vennootschapsbelasting, met bijbehorende toelichting. Hoewel deze conceptvoorstellen slechts bedoeld zijn voor discussie, geven zij wel een goed beeld van waar de innovatiebox naartoe gaat.Het is waarschijnlijk dat andere landen met innovatieboxregimes op korte termijn ook wijzigingen zullen voorstellen. De nieuwe regels omtrent de innovatiebox staan gepland om op 1 januari 2017 in werking te treden. Enkele voorstellen werken echter al vanaf 1 juli 2016.

Voorgestelde aanpassingen

De conceptvoorstellen bevatten belangrijke wijzigingen in de innovatiebox in lijn met het BEPS 5-rapport. Daarbij zijn de nexusbenadering en de aanscherping van de definitie van een kwalificerend immaterieel activum de belangrijkste wijzigingen. Het effectieve tarief voor winst die toe te rekenen is aan de innovatiebox, blijft ongewijzigd op 5%.

Hieronder vermelden wij een aantal punten die ons zijn opgevallen.

Met betrekking tot een kwalificerend immaterieel activum:

  • De definitie van een kwalificerend immaterieel activum is conform het BEPS 5-rapport en is afhankelijk van de omvang van de onderneming van de belastingplichtige. Een belastingplichtige kwalificeert als kleinere belastingplichtige indien de gemiddelde omzet van zijn groep in vijf jaar € 50 miljoen niet overstijgt en wanneer de voordelen die de belastingplichtige verkrijgt uit kort gezegd WBSO-activa jaarlijks minder zijn dan € 7,5 miljoen. Belastingplichtigen die niet onder deze maximumbedragen blijven kwalificeren als grotere belastingplichtigen.
  • Voor kleinere belastingplichtigen is een kwalificerend immaterieel activum gedefinieerd als een zelf ontwikkeld immaterieel activum waarvoor een S&O-verklaring is verkregen. Wanneer een kleine ondernemer nu al eigenaar is van een kwalificerend immaterieel activum, rijst daarbij de vraag of een dergelijk immaterieel activum, dat bijvoorbeeld wel gepatenteerd was maar zonder S&O-verklaring is ontwikkeld, nog kwalificeert voor de regeling.
  • Voor grotere belastingplichtigen is een kwalificerend immaterieel activum gedefinieerd als een zelf ontwikkeld immaterieel activum waarvoor een S&O-verklaring is verkregen en waarvoor bovendien een octrooi/patent, kwekersrecht of een geneesmiddelenvergunning is verleend. Dit is een significante verandering ten opzichte van de huidige situatie waarin grotere belastingplichtigen kunnen kwalificeren voor de regeling wanneer zij een patent of kwekersrecht hebben of wanneer een S&O-verklaring is verkregen.
  • Voor grotere belastingplichtigen wordt programmatuur ook specifiek genoemd als een kwalificerend immaterieel activum wanneer ter zake van de ontwikkeling een S&O-verklaring is verkregen. Dit is een belangrijke verduidelijking, omdat programmatuur in de praktijk niet of nauwelijks wordt gepatenteerd en vaak op een S&O-verklaring steunt als toegangsticket voor de innovatiebox.
  • Een exclusieve licentie op bijvoorbeeld een patent, kwekersrecht of programmatuur kan volgens de voorgestelde regeling ook leiden tot een kwalificerend immaterieel activum, wat een welkome verruiming van de huidige regels is.
  • Onze conclusie is dat grotere belastingplichtigen voor hun geplande R&D-projecten zouden moeten nagaan of zij aan de nieuwe kwalificatie van immaterieel activum voldoen en, indien dit niet het geval is, op welke wijze zij kunnen zorgen dat ze aan de nieuwe eisen gaan voldoen. De belangrijkste conclusies in dit opzicht lijken te zijn dat het voor grotere belastingplichtigen niet langer genoeg is om alleen patenten of vergelijkbare rechten te hebben en dat het vereist wordt om het betreffende immaterieel activum te ontwikkelen met toepassing van een S&O-verklaring.

Met betrekking tot winst die in aanmerking komt voor de innovatiebox:

  • In navolging van het BEPS 5-rapport worden veranderingen in de innovatiebox voorgesteld om te waarborgen dat alleen de winst die toe te rekenen is aan eigen ontwikkelingswerk van de onderneming kwalificeert voor de innovatiebox. Daarom wordt bepaald dat gekochte immateriële activa niet kwalificeren en dat winst uit immateriële activa voor zover die zijn ontwikkeld met hulp van groepsmaatschappijen op basis van contractresearch niet  Dit wordt de nexusbenadering genoemd en deze benadering splitst de ontwikkelingskosten in kwalificerende kosten en niet kwalificerende kosten..
  • Het outsourcen van S&O-activiteiten naar derden of binnen een fiscale eenheid wordt in principe niet door deze nexusbenadering geraakt. De volgende technische wijzigingen worden hiertoe voorgesteld:
    • het bedrag van de netto voordelen die zijn toe te rekenen aan een kwalificerend immateriëeel activum, wordt vermenigvuldigd met een breuk die bestaat uit de totale kwalificerende uitgaven vermenigvuldigd met 1,3 (teller), gedeeld door de totale uitgaven gemaakt voor het voortbrengen van het kwalificerend immaterieel activum (noemer);
    • kwalificerende uitgaven zijn alle uitgaven die direct voor het ontwikkelen van het immaterieel activum gemaakt zijn, uitgezonderd de uitgaven gemaakt voor het uitbesteden van S&O naar groepsmaatschappijen en indirecte kosten zoals huisvesting en financieringskosten.
  • De in de praktijk gangbare methodes voor het toerekenen van winst aan de innovatiebox zullen naar verwachting ook in de toekomst kunnen worden gehanteerd en in een algemene bepaling is vastgelegd dat het toerekenen van winst aan de innovatiebox gebaseerd moet zijn op de specifieke omstandigheden van de belastingplichtige.

Met betrekking tot administratieve verplichtingen:

  • De voorgestelde regeling introduceert een documentatieverplichting voor alle belastingplichtigen. Alle relevante informatie waarmee vast kan worden gesteld dat winst mag worden toegerekend aan de innovatiebox moet bewaard blijven.
  • Wij merken op dat er in feite nu al in zekere mate een documentatieverplichting bestaat op basis van de huidige regels en de uitvoeringspraktijk. Niettemin kan het codificeren van dit vereiste tot een bijkomende administratieve last leiden.

Overgangsrecht

Een periode van overgangsrecht tot 1 juli 2021 geldt voor alle kwalificerende immateriële activa voortgebracht voor 1 juli 2016. Dit betekent dat alle huidige regels voor een periode van vijf jaar van toepassing blijven voor een kwalificerend immaterieel activum.

Alle immateriële activa ontwikkeld na 1 juli 2016 zullen moeten worden getoetst aan de nieuwe regels en zullen daarom onderhevig zijn aan de aangescherpte definitie van kwalificerend immaterieel activum en de nexusbenadering. Specifieke overgangsregels zullen ook gelden met betrekking tot de nieuwe administratieve verplichtingen.

Een specifieke regel wordt geïntroduceerd voor gepatenteerde immateriële activa of kwekersrechten ontwikkeld voor 1 januari 2017. Deze blijven kwalificeren voor de innovatiebox zonder tijdsbegrenzing, zelfs wanneer zij niet binnen de nieuwe definitie vallen van kwalificerend immaterieel activum. In specifieke omstandigheden betekent het voorgaande dat het kan lonen om een patent of kwekersrecht nog voor 1 januari 2017 te verkrijgen.

Hoe nu verder?

Hoewel de voorgestelde wetgeving nog onderhevig is aan de consultatie en dus geenszins definitief is, achten wij het waarschijnlijk dat elementen zoals de nexusbenadering en de aangescherpte definitie voor kwalificerend immaterieel activum zullen worden geïmplementeerd, gegeven de consensus die op het internationale vlak over deze onderwerpen bestaat.

Deze veranderingen kunnen een grote impact hebben op de voordelen die belastingplichtigen in de toekomst kunnen genieten op basis van de innovatiebox, zelfs indien vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst zijn gemaakt die pas aflopen na 1 januari 2017. Met betrekking tot zulke afspraken raden wij aan om na te gaan of deze hun geldigheid behouden in het licht van de voorgestelde aanpassingen in de innovatiebox, omdat dergelijke vaststellingsafspraken met de Belastingdienst kunnen vervallen bij relevante wetswijzigingen.

Onze innovatieboxspecialisten zijn u graag van dienst om de eventuele impact van de voorgestelde nieuwe regelgeving met betrekking tot de innovatiebox met u te bespreken en te identificeren welke stappen er in dat opzicht kunnen worden genomen.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat