De 30%-regeling is bedoeld om buitenlandse kennismigranten (expats) aan te trekken. Deze expats leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie en maken veel minder gebruik van aftrekposten en publieke voorzieningen. Wij pleiten ervoor om, gezien het grote belang voor Nederland, juist extra in te zetten op het aantrekken van hoogwaardig opgeleide buitenlandse werknemers.

Het belangrijkste onderdeel van de 30%-regeling voorziet in een daling van ons toptarief van 52% naar 36,4% (70% van 52%), dat in tegenstelling tot concurrerende landen al van toepassing is bij een inkomen van € 67.000. De 30%-regeling zorgt ervoor dat Nederland toch aantrekkelijk is. Overigens bestaan in vrijwel alle andere EU-lidstaten soortgelijke regelingen, met uitzondering van Duitsland.
Wij zien in de praktijk dat expats met de 30%-regeling beperkt gebruik kunnen maken van aftrekposten , zoals hypotheekrenteaftrek . Dat komt omdat een expat niet zo snel een woning koopt, banksparen fiscaal ongunstig uitpakt en giften in zijn land van herkomst bij ons niet aftrekbaar zijn. De regeling wordt momenteel geëvalueerd door de Tweede Kamer. Hierbij zou het nuttig zijn als de staatssecretaris hier ook onderzoek naar doet, omdat het minder gebruik kunnen maken van de aftrekposten zou moeten worden meegewogen bij de onderbouwing van het 30%-forfait.

Onze tweede waarneming is dat expats veel minder gebruik maken van publieke voorzieningen. Voorbeelden van grote posten op de overheidsbegroting zijn onderwijs en ouderenzorg. Een vierjarige universitaire economiestudie bijvoorbeeld kost de overheid ongeveer € 73.000. Kinderen van expats studeren vrijwel allemaal in hun land van herkomst en niet in Nederland. Voor basisonderwijs geldt dat kinderen van expats doorgaans naar particuliere internationale scholen gaan, die niet uit publieke middelen worden gefinancierd. En wat de zorg betreft: ziekte- en zorgkosten worden vooral in de laatste levensjaren gemaakt. Expats verlaten Nederland ruim vóór die tijd.

Hier tegenover staat dat de expat wél inkomstenbelasting, btw , bpm enzovoort betaalt. De expat is dus een aantrekkelijke netto- belastingbetaler . Hij draagt meer bij dan hij terug krijgt in de vorm van publieke voorzieningen. Is dit juist daarom al niet een ideale groep die een belangrijke impuls kan geven aan de financiering van overheidsvoorzieningen, waarvan je er als Nederland meer wilt hebben, vooral gelet op de financiering van de kosten van de vergrijzing? In het evaluatierapport van de 30%-regeling van Dialogic dat de staatssecretaris 13 juni naar de Kamer stuurde, wordt overtuigend aangetoond dat de 30%-regeling een effectief en doelmatig beleidsinstrument is en dat de regeling waarschijnlijk niets kost, maar de facto juist geld oplevert.

Verder blijkt dat de voor ons land zeer hoogwaardige onderwijs- en zorgsectoren in de top tien staan van sectoren die het meest gebruik maken van de regeling. Verder is van belang de 30%-regeling te handhaven voor hogere inkomens. Vele landen in de wereld hebben hun schouders gezet onder maatregelen die de mogelijkheden beperken van internationale belastingplanning vooral door grote ondernemingen. Een belangrijk onderdeel betreft de aanscherping en verduidelijking van regels dat belasting wordt geheven in het land waar de waarde wordt gecreëerd. Hierdoor worden multinationals tot heroriëntatie gedwongen en te bepalen in welke landen de meest verdienende werknemers werken. Deze regels zullen steeds meer bepalen in welke landen de winst wordt belast.

De meest verdienende werknemers in een multinational beslissen vaak in welke landen zij actief zijn. Een praktisch gevolg is dat als eenmaal een deel van de belangrijke mensen van de multinational wonen en werken in Nederland er ook veel werkgelegenheid omheen ontstaat, doordat werknemers van vooral het middenkader worden aangetrokken. Dit creëert vooral werkgelegenheid voor Nederlanders.

Kortom, Nederland spint garen bij een goed vestigingsklimaat en een beleid dat het aantrekken van hoogopgeleide werknemers uit het buitenland extra stimuleert. Het draagt bij aan de financiering van de vergrijzing, verhoogt de kwaliteit van het onderwijs en creëert veel extra werkgelegenheid en netto belastingopbrengsten .

Robert van der Jagt (partner bij Meijburg & Co) en Aart Nolten (partner bij Deloitte ).

Bron: Het Financieele Dagblad 25 augustus 2017 (OPINIE & DIALOOG; Blz. 9)
Copyright 2017 FD Mediagroep BV