Recent heeft A-G Van Hilten bij de Hoge Raad in de zaak PPG Holdings BV (‘PPG’) geconcludeerd dat PPG de btw op kosten ten aanzien van haar eigen pensioenfonds in aftrek kan brengen.

1. Achtergrond

PPG biedt haar werknemers een defined benefit-pensioenregeling aan, waarbij het pensioenvermogen is ondergebracht in een apart pensioenfonds. PPG heeft voor de administratie en het beheer van de pensioenen diverse dienstverleners ingeschakeld en de btw op de aan haar gefactureerde kosten in aftrek gebracht. 

Het geschil tussen PPG en de Belastingdienst spitst zich toe op de vraag of PPG deze btw wel in aftrek had mogen brengen. Recentelijk heeft A-G Van Hilten bij de Hoge Raad geconcludeerd dat PPG deze btw in aftrek kan brengen. Een oordeel van de Hoge Raad moet nog volgen.

2. Conclusie A-G Van Hilten bij de Hoge Raad

A-G Van Hilten volgt hiermee het namens PPG ingenomen standpunt, dat de kosten die PPG ten behoeve van haar pensioenfonds heeft ingekocht algemene kosten zijn. A-G Van Hilten bevestigt op dit punt tevens het oordeel van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden na beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘HvJ’). Gerechtshof Arnhem Leeuwarden achtte aannemelijk dat sprake is van algemene kosten doordat alle kosten die voor het personeel worden gemaakt, deel uitmaken van de kostprijs van de door PPG geleverde goederen en diensten en er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen deze kosten en de economische activiteit van PPG.

A-G Van Hilten volgt het oordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ook op het volgende punt. De Belastingdienst stelde, nadat het HvJ beslist had op de prejudiciële vragen, dat PPG btw verschuldigd zou zijn. Dit omdat PPG de ingekochte diensten – volgens de Belastingdienst – tegen een vergoeding in natura aan haar pensioenfonds ter beschikking zou hebben gesteld. Deze stelling ziet dus niet direct op het in de procedure in geschil zijnde recht van PPG btw in aftrek te brengen. A-G Van Hilten concludeert daarom dat de Belastingdienst deze stelling te laat in de procedure heeft ingebracht. Zodoende hoeft deze stelling naar haar mening in het kader van de goede procesorde niet verder te worden behandeld.

A-G Van Hilten concludeert tot slot dat PPG niet tegen een aftrekbeperking aanloopt op basis van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (‘BUA’). Volgens A-G Van Hilten verstrekt PPG aan haar pensioenfonds namelijk geen gift of relatiegeschenk door de betreffende kosten op zich te nemen. Ook meent A-G Van Hilten dat geen sprake is van een personeelsvoorziening, omdat het bedrijfskosten betreffen die geen privédoeleinden dienen (net zoals een salarisadministratie).

3. Wat kunt u nu doen?

Deze conclusie is in het bijzonder relevant voor situaties waarin een werkgever bepaalde kosten in het kader van een bij een pensioenfonds ondergebrachte regeling draagt of overweegt te gaan dragen. De adviseurs van de Indirect Tax Financial Services Group van Meijburg & Co bespreken graag met u de mogelijkheden naar aanleiding van deze conclusie. Neemt u gerust contact op met een van hen of uw gebruikelijke adviseur.