Op 9 november 2015 is het concept-uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard (‘het Besluit’) gepubliceerd door het Ministerie van Financiën. Hierin zijn de identificatie- en rapportagevoorschriften uit de Common Reporting Standard (‘CRS’) en Richtlijn 2014/107/EU voor rapporterende financiële instellingen opgenomen. De CRS is een door de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling (‘OESO’) ontwikkelde, grotendeels op de Foreign Account Tax Compliance Act (‘FATCA’) gebaseerde standaard voor de uitwisseling van financiële rekeninggegevens en zal worden ingevoerd door de ‘CRS-staten’. De gecreëerde standaard is binnen de Europese Unie (‘EU’) vastgelegd in bovengenoemde richtlijn en zal daarom door de lidstaten moeten worden geïmplementeerd in hun nationale wet. In Nederland gebeurt dit onder andere door aanpassing van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (‘WIB’).

De CRS schept een rapportagestandaard en bevat onder andere een modelovereenkomst voor de automatische gegevensuitwisseling en een identificatie- en rapportagestandaard voor financiële instellingen. Dit laatste begrip is voor Nederlandse doeleinden gedefinieerd in het nieuw in te voeren artikel 2a van de WIB onder verwijzing naar Bijlage I bij Richtlijn 2011/16/EU. In die bijlage wordt het volgende aangegeven:

“Onder „Financiële Instelling” wordt verstaan:
[1] een bewaarinstelling,
[2] een instelling die deposito's neemt,
[3] een beleggingsentiteit of,
[4] een omschreven verzekeringsmaatschappij.”

Let u er hierbij op dat niet alleen banken, maar een groot aantal andere entiteiten onder een van de bovenstaande definities kan vallen.

De gegevens over de rekeninghouders van financiële instellingen die in beginsel worden uitgewisseld zijn: naam, adres, fiscale woonplaats, fiscaal identificatienummer, geboortedatum en geboorteplaats. De gegevens die over de rekeningen zelf worden uitgewisseld zijn: de hoeveelheid ontvangen of betaalde rente of dividend, de rekeningbalans en de ontvangen opbrengsten van de verkopen van financiële activa.

Het concept-uitvoeringsbesluit geeft nadere uitleg over de Nederlandse invulling van de identificatie- en rapportagevoorschriften in het kader van de CRS, die zijn vastgelegd in de nieuwe artikelen 10a, 10b en 10c van de WIB. Deze wijzigingen zullen per 1 januari 2016 in werking treden.

Bestaande rekening van een natuurlijk persoon

In het Besluit staan de voorschriften omschreven op basis waarvan een financiële instelling moet analyseren of een financiële rekening van een natuurlijk persoon een te rapporteren rekening is. Deze voorschriften zijn minder streng voor ‘lagewaarderekeningen’ (rekeningen met een saldo van niet meer dan een in euro’s uitgedrukt bedrag dat overeenstemt met $ 1.000.000) dan voor ‘hogewaarderekeningen’ (rekeningen met een saldo hoger dan het euro-equivalent van $ 1.000.000). Indien een bestaande rekening op 31 december 2015 geen hogewaarderekening is maar dat wel is op de laatste dag van een volgend kalenderjaar, dan moet de financiële instelling uiterlijk op 31 december van het jaar dat daarop volgt de uitgebreide procedure voor een hogewaarderekening hebben doorlopen.

Verder staat aangegeven dat een financiële instelling die reden heeft om te weten dat de fiscale woonstaat van de rekeninghouder is of kan zijn gewijzigd, binnen negentig dagen een eigen verklaring van de rekeninghouder moet verkrijgen om dit vermoeden te bevestigen of te ontkrachten. Totdat de verklaring is ontvangen, maar maximaal gedurende negentig dagen, mag de instelling uit blijven gaan van de eerder vastgestelde woonstaat. Indien na negentig dagen nog geen bewijs is ontvangen dat het vermoeden ontkracht, zal de instelling uit moeten gaan van de vermoedelijke woonstaat.

Nieuwe rekening van een natuurlijk persoon

Bij het openen van een nieuwe rekening verkrijgt een bank altijd een verklaring van de rekeninghoudende natuurlijke persoon. Indien uit die verklaring blijkt dat de persoon een te rapporteren persoon is, wordt de rekening ook aangemerkt als een te rapporteren rekening. Ook hier geldt dat wanneer de financiële instelling op basis van een wijziging van omstandigheden weet of vermoedt dat de laatst verkregen verklaring voor het vaststellen van de fiscale woonstaat onjuist is, zij binnen negentig dagen een nieuwe verklaring moet verkrijgen van de betreffende persoon. Totdat de verklaring is ontvangen, maar maximaal gedurende negentig dagen, mag de instelling uit blijven gaan van de eerder vastgestelde woonstaat. Indien na negentig dagen nog geen bewijs is ontvangen dat het vermoeden ontkracht, zal de instelling uit moeten gaan van de vermoedelijke woonstaat.

Bestaande entiteitsrekening

Ook rondom entiteitsrekeningen bestaat voor de financiële instelling een procedure om te identificeren of een aangehouden rekening een te rapporteren rekening is. De instelling mag er echter voor kiezen om deze procedure niet toe te passen op rekeningen met een saldo van maximaal (het euro-equivalent van) $ 250.000, en hoeft hier ook niet over te rapporteren indien zij daarvoor kiest. Indien de rekening op 31 december van een volgend jaar echter wel boven die grens komt, heeft de instelling tot 31 december van het jaar dat daarop volgt om de procedure toe te passen op die rekening.

Bestaande en nieuwe entiteitsrekening, vermoeden van wijziging fiscale woonstaat

Bij het openen van een nieuwe rekening zal een entiteit voortaan een verklaring moeten afgeven omtrent (onder andere) de fiscale woonstaat. Net als bij natuurlijke personen zal een financiële instelling bij een vermoeden dat de omstandigheden dusdanig zijn gewijzigd dat de eerder afgegeven verklaring omtrent de fiscale woonstaat van de rekeninghouder

niet langer juist is, binnen negentig dagen een verklaring moeten verkrijgen van de rekeninghouder. Totdat de verklaring is ontvangen, maar maximaal gedurende negentig dagen, mag de instelling uit blijven gaan van de eerder vastgestelde woonstaat. Daarna zal de instelling uit moeten gaan van de vermoedelijke fiscale woonstaat indien geen bericht is ontvangen waarin dit vermoeden wordt ontkracht.

Nadere identificatie- en rapportagevoorschriften

Een financiële instelling mag niet vertrouwen op een eigen verklaring of bewijsstukken indien zij reden heeft om te weten dat de verklaring onjuist of onbetrouwbaar is.

Een rapporterende financiële instelling mag voorts de procedures voor het vaststellen of sprake is van een te rapporteren rekening voor nieuwe rekeningen toepassen op bestaande rekeningen en die voor hogewaarderekeningen op lagewaarderekeningen.

Een rapporterende financiële instelling legt vast welke stappen zij heeft gezet en op welke bewijsmiddelen zij heeft vertrouwd bij de uitvoering van deze identificatie- en rapportagevoorschriften.

Tijdstip van gegevensverstrekking

Voor hogewaarderekeningen wordt uiterlijk op 31 december 2016 voor het eerst vastgesteld of sprake is van een te rapporteren rekening en voor lagewaarderekeningen gebeurt dit uiterlijk op 31 december 2017. Voor bestaande entiteitsrekeningen met een saldo op 31 december 2015 van meer dan (het euro-equivalent van) $ 250.000, wordt uiterlijk op 31 december 2017 voor het eerst vastgesteld of sprake is van een te rapporteren rekening. Voor nieuwe rekeningen wordt vanaf 1 januari 2016 vastgesteld of er gerapporteerd moet worden. Financiële instellingen verstrekken de gegevens uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de rapportageperiode is gelegen. De eerste rapportageperiode is het kalenderjaar 2016.

Tot slot

Het bovenstaande besluit geeft nadere invulling aan de verplichtingen die financiële instellingen hebben. Indien u vragen hebt over welke entiteiten kwalificeren als financiële instelling, over deze verplichtingen, over een verzoek tot het leveren van een verklaring, over uw CRS-status of anderszins over de CRS of FATCA, neemt u dan contact op met een van de personen uit het onderstaande memorandum.

Click here to open the memorandum in pdf-format