Op 29 maart 2016 heeft het Ministerie van Financiën besloten dat de btw-vrijstelling voor gezondheidskundige verzorgingsdiensten door medische beroepsbeoefenaren in meer situaties mag worden toegepast. Het ministerie volgt de ontwikkeling in de rechtspraak op dit punt. Zo komen ook medische beroepsbeoefenaren die een niet in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) geregeld beroep uitoefenen en medische beroepsbeoefenaren die gezondheidskundige verzorgingsdiensten verrichten die buiten hun eigen in de Wet BIG geregelde deskundigheidsgebied vallen in aanmerking voor btw-vrijstelling als aan bepaalde in het besluit beschreven voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de desbetreffende medische beroepsbeoefenaar een gezondheidskundige verzorgingsdienst verrichten die van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau is en moet de dienst worden verricht aan een individuele patiënt. Verder erkent het Ministerie van Financiën dat een ruime omschrijving van het deskundigheidsgebied van (para)medici in de Wet BIG tot gevolg heeft dat desbetreffende (para)medici de btw-vrijstelling ruim mogen toepassen. Dit geldt bijvoorbeeld voor gezondheidskundige verzorgingsdiensten door artsen, nu de omschrijving in de Wet BIG voor dit beroep zeer ruim is. Het gerechtshof te Den Bosch oordeelde om die reden dat acupunctuurbehandelingen door een arts zijn vrijgesteld van btw. De nieuwe regels voor gezondheidskundige verzorgingsdiensten van gelijkwaardig kwaliteitsniveau werken terug tot 27 maart 2015, en tot voor deze datum in alle gevallen waarin de heffing van omzetbelasting nog niet onherroepelijk vaststaat.

Toetsingskader gelijkwaardig kwaliteitsniveau

Het besluit bevat een gedetailleerd toetsingskader voor het gelijkwaardige kwaliteitsniveau. De bewijslast dat de btw-vrijstelling correct en terecht wordt toegepast ligt bij de medische beroepsbeoefenaar. Wij citeren deze belangrijke regeling uit het besluit integraal. Volgens het besluit:

“(…) is sprake van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als de medische beroepsbeoefenaar aantoont dat hij (minimaal) beschikt over:

1. een afgeronde op zijn beroepsuitoefening gerichte gezondheidskundige HBO-Bachelor opleiding (240 ECTS); of

2. een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met een andere op zijn beroepsuitoefening gerichte aanvullende gezondheidskundige opleiding. Deze combinatie van opleidingen dient eenzelfde kwaliteitsniveau te hebben als de opleiding bedoeld onder 1;

3. een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring op het gebied van zijn beroepsuitoefening. Deze combinatie van opleiding, kennis en ervaring dient eenzelfde kwaliteitsniveau te hebben als de opleiding bedoeld onder 1.

In alle gevallen dient de medische beroepsbeoefenaar ook te beschikken over medische basiskennis (MBK) of psychosociale basiskennis (PSBK).

Het vorenstaande kan bijvoorbeeld worden aangetoond door:

  • een diploma van een door de overheid erkende (NVAO8 geaccrediteerde) beroepsgerichte HBO-Bachelor opleiding; of
  • een diploma van een beroepsgerichte opleiding op HBO-Bachelor niveau overeenkomstig NVAO-accreditatie-eisen dat positief is beoordeeld door CPION9 of SNRO10 of een vergelijkbare instelling; of
  • een EVC-certificaat (Erkenning van Verworven Competenties) of een daarmee vergelijkbare erkenning waaruit blijkt dat de medische beroepsbeoefenaar beschikt over op de beroepsuitoefening gerichte kennis en ervaring overeenkomend met (minimaal) een HBO-Bachelor opleiding; of
  • een registratie bij een door de zorgverzekeraar erkende beroepsvereniging en/of overkoepelende organisatie waaruit blijkt dat de betrokken medische beroepsbeoefenaar beschikt over zowel medische of psychosociale basiskennis als specifieke beroepsgerichte kennis overeenkomend met (minimaal) een HBO-Bachelor opleiding; of
  • op andere wijze, mits de beoordeling van het kwaliteitsniveau van de gevolgde opleiding en/of kennis en ervaring heeft plaatsgevonden door een daartoe erkend, onafhankelijke accreditatie-instituut.

Als de zorgverlener in het buitenland een opleiding heeft genoten is een verklaring noodzakelijk van een daartoe erkende Nederlandse instelling (bijvoorbeeld CIBG11 of EP-NUFFIC12) of een daarmee vergelijkbare instelling waaruit blijkt dat de buitenlandse opleiding gelijkwaardig is aan een relevante Nederlandse HBO of WO-opleiding als hiervoor bedoeld. Ook dient de zorgverlener aan te tonen dat hij beschikt over voldoende MBK of PSBK (als hiervóór bedoeld).

Alleen als de medische beroepsbeoefenaar gezondheidskundige diensten verricht die soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten verricht door een beroepsbeoefenaar waarvoor de Wet BIG een afgeronde MBO-opleiding eist, geldt voor bovenstaande kwaliteitseisen dat ‘HBO-Bachelor opleiding (240 ECTS)’ wordt vervangen door ‘MBO opleiding’.

Van de Kinder- en Jeugdpsycholoog (Specialist) NIP en de Orthopedagogen Generalist (NVO) is vastgesteld dat de door hen in hun hoedanigheid van Kinder- en Jeugdpsycholoog resp. Orthopedagoog Generalist verrichte gezondheidskundige diensten kwalitatief soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten van GZ-psychologen (Wet BIG-beroepsbeoefenaren). Dit heeft tot gevolg dat de kinder- en jeugdpsycholoog en orthopedagoog generalist voor hun gezondheidskundige diensten de vrijstelling kunnen toepassen. De psychologen Arbeid en Gezondheid NIP kunnen om dezelfde reden de vrijstelling toepassen mits de door deze beroepsbeoefenaren verrichte diensten kwalificeren als gezondheidskundige diensten (hetgeen veelal niet het geval is).”

Diensten door niet-medische beroepsbeoefenaren soms ook vrijgesteld

De dienst door een derde (geen medische beroepsbeoefenaar) kan in voorkomende gevallen ook gezondheidskundige verzorging van de mens zijn als deze dienst onderdeel is van een medische behandeling die in zijn geheel gezien een therapeutisch doel heeft en deze dienst naar zijn aard een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel uitmaakt van de medische behandeling waarvan de ene fase niet kan slagen zonder de andere. De Hoge Raad oordeelde in 2013 bijvoorbeeld dat een medisch tatoeëerder in aanmerking kwam voor btw-vrijstelling, omdat zijn handelingen tijdens operaties van een patiënt in opdracht van een chirurg werden uitgevoerd en een wezenlijk deel uitmaakten van de door de chirurg uitgevoerde gezondheidskundige behandeling. Deze benaderingswijze, die op het zogenoemde Verigen-arrest van het Europese Hof van Justitie is gebaseerd, roept de vraag op hoever de vrijstelling voor ‘derden’-dienstaanbieders reikt.

Inschakeling zelfstandige (para)medici door zorginstellingen zoals ziekenhuizen

Voor de toepassing van de vrijstelling en voor de kwalificatie of sprake is van gezondheidskundige verzorging is niet van belang of de medische beroepsbeoefenaar bij het verrichten van diensten die bestaan in de gezondheidskundige verzorging van de mens onder leiding en toezicht staat van een andere medische beroepsbeoefenaar die mogelijk ook de eindverantwoordelijkheid draagt. Het moeten opvolgen van instructies of het in acht moeten nemen van de geldende regels in bijvoorbeeld een ziekenhuis staat aan de toepassing van de vrijstelling niet in de weg.

Tot slot

Het gepubliceerde besluit maakt deel uit van een update van een besluit uit 2013. Wij hebben ons in dit korte bericht beperkt tot de naar onze mening belangrijkste elementen voor de sector. De volledige tekst van het besluit kan worden gevonden via de volgende link:

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/besluiten/2016/04/01/blkb2016-433m-omzetbelasting-vrijstelling-artikel-11-eerste-lid-aanhef-en-onderdeel-g-onder-1-van-de-wet-op-de-omzetbelasting-1968

Bij vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen met Paul Zijlstra of uw eigen contactpersoon binnen Meijburg & Co.