Recente voorbeelden daarvan zijn Nissan en Honda. Beide bedrijven hebben aangekondigd hun productie te gaan concentreren in Japan. In de afwegingen speelt ongetwijfeld het recente vrijhandelsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en Japan een rol. Sinds 1 februari 2019 worden er namelijk voor Japanse goederen bij invoer in de Europese Unie (EU) geen invoerrechten meer geheven. Voor een beperkt aantal producten, waaronder auto’s, worden de rechten via staffels afgebouwd.

Nadelig voor Britse en Europese ondernemers
Nu het Verenigd Koninkrijk vanaf 29 maart 2019 niet langer lid is van de douane-unie gaan oorsprongsregels een steeds prominentere rol spelen. Dit geldt niet alleen voor producenten in het Verenigd Koninkrijk, maar kan ook bij Europese producenten een rol van betekenis zijn, zelfs wanneer het Britse Lagerhuis de deal bezegeld en er vanaf 29 maart a.s. een transitiefase geldt. Hoe zit dat nu? Om hier antwoord op te geven moet er onderscheid gemaakt worden tussen een ‘deal’ per 29 maart a.s. en een ‘no deal’. Om bij het laatste te beginnen. Bij een ‘no deal’-scenario heeft het Verenigd Koninkrijk met vrijwel geen enkel land een handelsakkoord. Een uitzondering is bijvoorbeeld Israël. Daarvan is deze week bekend geworden dat er na Brexit een handelsakkoord gaat gelden tussen het Verenigd Koninkrijk en Israël. Voor de meeste andere landen is dat niet het geval. Resultaat daarvan is dat deze goederen volgens de ‘Most Favoured Nation’ belast worden en dat betekent de hoge tarieven die voor ieder land gelden. Hiervan hebben niet alleen Britse ondernemers last, maar ook Europese ondernemers die voor een belangrijk deel Britse onderdelen gebruiken in hun producten.

Verenigd Koninkrijk virtueel onderdeel van EU?
Bij een ‘deal’-scenario hebben het Verenigd Koninkrijk en de EU afgesproken dat het Verenigd Koninkrijk weliswaar per 29 maart 2019 de EU verlaat, maar dat gedurende de transitiefase zaken blijven alsof het Verenigd Koninkrijk nog lid is van de EU. Dus, in het interne handelsverkeer tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk verandert er niets tijdens de transitiefase. Deze fase kan in verlengde vorm tot uiterlijk 31 december 2022 duren. In hoeverre dat dit ook geldt voor de handelsverdragen, die de EU met diverse landen in de wereld heeft gesloten, blijft de vraag. Het is aan deze landen om te bepalen of zij het Verenigd Koninkrijk gedurende de transitiefase als een virtueel onderdeel van de EU beschouwen of niet. Tot dusverre lijkt een aantal landen, waaronder Zwitserland, ESA-staten en Faeröer Eilanden het Verenigd Koninkrijk als zodanig te erkennen, maar behalve Israël, is daar nog weinig over bekend. Concreet betekent dat Britse exporteurs van 100% Britse producten niet zeker weten of zij in een ‘deal’-scenario kunnen profiteren van verlaagde tarieven in het land van bestemming (bijvoorbeeld Zuid-Korea en Mexico). Voor Europese ondernemers betekent dit dat zij niet zeker weten of de Britse onderdelen, die zij gebruiken bij de productie, mogen worden meegerekend bij het bepalen van de oorsprong van het te exporteren product.

Opnieuw onzekerheid
Vanuit diverse bronnen wordt aangegeven dat het de verwachting is dat de meeste landen, waarmee de EU nu een handelsverdrag heeft, hier geen halszaak van zullen maken. Het is wel opnieuw een element van onzekerheid waar ondernemers graag een antwoord op willen, want deze situatie beïnvloedt wel de prijs van het product. Brexit: a never ending story…      

Informatie
Meer weten over wat de gevolgen van de Brexit voor uw business kunnen zijn? Wij hebben vijf concrete producten ontwikkeld om uw organisatie hierbij te helpen. Zie de folder. Of u wenst op persoonlijke wijze advies? Neem gerust contact op met Leon Kanters of andere specialisten van het Brexit-team.