Op 1 mei 2015 heeft de staatssecretaris van Financiën een besluit gepubliceerd over ontslagvergoedingen onder toepassing van belastingverdragen. Hierin legt hij uit op welke wijze rekening moet worden gehouden met het gewijzigde OESO-Commentaar in verhouding tot de rechtspraak van de Hoge Raad. Daarbij geeft de staatssecretaris aan dat:

  • de arresten van de Hoge Raad van toepassing blijven op ontslagvergoedingen die voor 15 juli 2014 zijn genoten;
  • het gewijzigde OESO-Commentaar van toepassing zal zijn op ontslagvergoedingen die met ingang van 15 juli 2014 zijn genoten;
  • het besluit op dit moment niet van toepassing is in de verhouding met Duitsland (aangezien Nederland en Duitsland een nadere bilaterale overeenkomst hebben over de verdeling van de heffingsbevoegdheid over een ontslagvergoeding in grensoverschrijdende situaties).

Verdeling heffingsrecht over ontslagvergoedingen

Het OESO-Commentaar is voor Nederland van grote betekenis voor de uitleg van belastingverdragen die op het OESO-Modelverdrag zijn gebaseerd. Voorheen bevatte het OESO-Commentaar geen passage over ontslagvergoedingen. In de praktijk betekende dit dat veel landen eigen richtlijnen kenden. Dit kon tot dubbele belastingheffing of tot geen belastingheffing leiden. De Hoge Raad heeft daarom in het verleden een richtlijn gegeven voor ontslagvergoedingen in internationaal verband. Deze hield in dat het heffingsrecht in principe toekomt aan het land waar de werknemer heeft gewerkt in het jaar van ontslag en de vier daaraan voorafgaande jaren, tenzij bijzondere omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen.

Gewijzigd OESO-Commentaar sinds 15 juli 2014

Op 15 juli 2014 zijn de voorgestelde wijzigingen in het OESO-Commentaar in verband met de fiscale behandeling van ontslagvergoedingen in werking getreden. De hoofdregel op basis van het gewijzigde OESO-Commentaar is dat het land waar de werknemer in de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van de dienstbetrekking zijn werkzaamheden heeft verricht, belasting mag heffen over de ontslagvergoeding. Anders dan in de arresten van de Hoge Raad is de doorbelasting van de ontslagvergoeding in het OESO-Commentaar niet van belang. Voor andere betalingen in het kader van ontslag, zoals die voor ‘garden leave’ of non-concurrentie, gelden aparte richtlijnen bij de verdeling van de heffingsbevoegdheid.

Besluit 1 mei 2015

Het gewijzigde OESO-Commentaar en de Nederlandse rechtspraak zijn niet in lijn met elkaar. Het was na 15 juli 2014 onduidelijk hoe Nederland met dit verschil om zou gaan. Nu heeft de staatssecretaris van Financiën een besluit gepubliceerd waarin hij aangeeft dat de arresten van de Hoge Raad van toepassing blijven op ontslagvergoedingen die voor 15 juli 2014 zijn genoten en dat het OESO-Commentaar van toepassing is op ontslagvergoedingen die met ingang van 15 juli 2014 zijn of worden genoten. De staatssecretaris zegt dat in zijn visie het wel of niet doorbelasten van de ontslagvergoeding niet relevant is voor de toerekeningsvraag. Het is volgens hem wél doorslaggevend in hoeverre de landen waaraan de ontslagvergoeding ter heffing zou moeten worden toegerekend daadwerkelijk heffingsrechten hadden over het reguliere loon in de twaalf voorafgaande maanden.

Praktijk ontslagvergoedingen

In het geval van een ontslagvergoeding die ziet op een grensoverschrijdende tewerkstelling is het allereerst van belang om vast te stellen of sprake is van een OESO-conform belastingverdrag. Als dit zo is, dient volgens de staatssecretaris van Financiën het gewijzigde OESO-Commentaar te worden gevolgd, tenzij de ontslagvergoeding voor 15 juli 2014 is genoten. Wij raden u aan om ook in het andere land de fiscale kwalificatie van de ontslagvergoeding te laten nagaan; dit om eventuele dubbele belastingheffing te voorkomen. Wij zijn vanzelfsprekend graag bereid u hierbij van dienst te zijn.

Sporters en artiesten gewijzigd OESO-Commentaar

Het OESO-Modelverdrag kent een specifieke bepaling voor sporters en artiesten die aangeeft welk land mag heffen over hun beloningen. Deze bepaling wordt toegepast als sprake is van een beloning voor ‘persoonlijke werkzaamheden als zodanig’. Onder persoonlijke werkzaamheden moet volgens rechtspraak het publiekgerichte optreden worden verstaan. In het gewijzigde OESO-Commentaar is bepaald dat ook beloningen voor de voorbereiding op de werkzaamheden, zoals repetities en trainingen, tot de persoonlijke werkzaamheden als zodanig behoren. Beloningen voor deelname aan een op het seizoen voorbereidend trainingskamp vallen bijvoorbeeld onder de toepassing van de sporters- en artiestenbepaling. Het gewijzigde OESO-Commentaar geeft daarmee een ruimere strekking aan het begrip ‘persoonlijke werkzaamheden als zodanig’ dan tot nu toe door de Belastingdienst is gehanteerd. De staatssecretaris geeft in het besluit aan dat dit beleid geldt voor belastingaanslagen die op 15 juli 2014 nog niet onherroepelijk vaststonden.