Afschaffing huidige dividendbelasting (2020) en introductie bronbelasting op dividend (2020) en interest en royalty’s (2021)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt de dividendbelasting afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een (conditionele) bronbelasting op dividend- , interest- en royaltybetalingen aan in een laagbelastende jurisdictie gevestigde gelieerde lichamen en in misbruiksituaties. Deze maatregel beoogt te voorkomen dat Nederland wordt gebruikt voor doorstroomactiviteiten naar laagbelastende jurisdicties. De maatregel wordt in twee stappen ingevoerd: eerst voor dividenden (in 2020) en dan voor interest en royalty’s (in 2021). Het nu ingediende wetsvoorstel ziet slechts op dividenden.

Vormgeving

Van gelieerdheid is sprake indien door het dividendontvangende lichaam een zodanige invloed op de besluitvorming kan plaatsvinden, dat daarmee de activiteiten van de gelieerde vennootschap kunnen worden bepaald. Dit criterium wordt gekozen om te voorkomen dat de EU-rechtelijke vrijheid van kapitaalveer, die ook geldt ten aanzien van derde landen, van toepassing is.

Van een laagbelastende jurisdictie is sprake indien lichamen niet zijn onderworpen of naar een algemeen statutair tarief over ondernemingswinsten van minder dan 7%, of indien de jurisdictie is opgenomen op de EU zwarte lijst. Wanneer een belastingverdrag aan heffing in de weg staat zal Nederland de verdragspartner benaderen om het verdrag zo aan te passen dat de verdragsvoordelen alleen gelden voor het reële bedrijfsleven.

De bronbelasting wordt ook geheven als het dividendontvangende lichaam niet in een laagbelastende jurisdictie is gevestigd, maar de aandelen in het uitkerende lichaam worden toegerekend aan een vaste inrichting in een laagbelastende jurisdictie. Voorts zijn er regels voor uitkeringen aan hybride entiteiten die nergens of in een laagbelastende jurisdictie zijn gevestigd.

Van misbruik is sprake wanneer een tussenhoudster in een niet laagbelastende jurisdictie kunstmatig wordt tussengeschoven. Ook in dat geval zal de bronbelasting worden geheven. Als de tussenhoudster is gevestigd in een EU/EER-lidstaat dan zal bij de invulling van de antimisbruikbepaling (kunnen) worden aangesloten bij de jurisprudentie van het HvJ.

De grondslag van heffing is grotendeels gelijk aan die van de huidige dividendbelasting. Er zijn wel enkele aanscherpingen, zo kan kapitaal niet onbelast worden terugbetaald als in de vennootschap zuivere winst (winstreserves, stille reserves en/of goodwill) aanwezig is en wordt ook bij inkoop van aandelen de waarde in het economische verkeer als uitgangspunt genomen. Ook worden voordelen belast bij vervreemding van direct gehouden belangen (voor zover verband houdend met de zuivere winst). In misbruiksituaties kan ook worden geheven bij indirecte vervreemding van het belang. Het tarief zal worden gesteld op het hoogste tarief in de vennootschapsbelasting (23,9% in 2020 en 22,25% vanaf 2021).