Belastingplan 2018: erf- en schenkbelasting

19 september 2017

Vaker schenkbelasting bij aangaan huwelijk of geregistreerd partnerschap, of aangaan of wijzigen huwelijkse voorwaarden of notariële samenlevingscontracten. Vaker erfbelasting bij uitvoeren huwelijkse voorwaarden of notariële samenlevingscontracten.

Trouwen of gaan samenwonen is een gebeurtenis die in beginsel niet moet leiden tot schenk- of erfbelasting, ondanks het feit dat er een forse vermogensverschuiving van de ene naar de andere partner kan plaatsvinden. Ook het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden of de voorwaarden in een notarieel samenlevingscontract leidt in principe niet tot schenk- of erfbelasting. In twee gevallen stelt de wetgever nu grenzen aan dit belastingvrije trouwen of samenwonen:

  1. Wanneer een verschuiving van vermogen plaatsvindt waardoor één van de partijen meer dan 50% krijgt van het totale gezamenlijke vermogen dat in een gemeenschap kan vallen, of wanneer een bestaand recht van 50% of meer wordt uitgebreid, dan wordt voortaan schenkbelasting verschuldigd over het meerdere boven de 50% of over de vermogensvermeerdering.
  2. Ingeval dat het huwelijk of een notarieel samenlevingscontract wordt aangegaan met als hoofddoel het ontgaan van schenk- of erfbelasting, wordt elke vermogensverschuiving aangemerkt als een schenking. De bewijslast van dat oogmerk rust overigens op de inspecteur. 

Navordering van schenk- en erfbelasting

Hoofdregel is dat navordering van schenk- en erfbelasting mogelijk is als is voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden zoals een zogenoemd nieuw feit. Daarnaast is navordering mogelijk wanneer een te laag bedrag aan schenk- of erfbelasting is geheven doordat een aan een andere verkrijger opgelegde aanslag is verminderd. Het kabinet stelt nu voor deze regel uit te breiden met de gevallen waarin een aan dezelfde verkrijger opgelegde aanslag is verminderd. Daarbij moet worden gedacht aan gevallen waarin een ‘gewone’ en een conserverende aanslag zijn opgelegd. De navorderingstermijn gaat in deze gevallen in na de dag waarop de vermindering is verleend. Deze wijziging krijgt onmiddellijke werking waardoor de uitbreiding ook gevolgen heeft voor gevallen waarin de vermindering van de betreffende aanslag voor 1 januari 2018 heeft plaatsgevonden, mits de navorderingstermijn niet is verstreken.

Aanslagtermijnen voor de schenkbelasting

Kan een aangifte schenkbelasting ook niet-tijdig zijn gedaan als de inspecteur geen termijn heeft gesteld voor het doen van de aangifte? Hierover is in de praktijk discussie ontstaan omdat dit ook gevolgen heeft voor het ingaan van de aanslagtermijn. Voorgesteld wordt te regelen dat de aanslagtermijn voor de schenkbelasting zal ingaan na de dag van het doen van de aangifte, wanneer de aangifte wordt gedaan later dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden. Deze aanpassing met betrekking tot de aanslagtermijn geldt voor alle aanslagen schenkbelasting die worden opgelegd op of na 1 januari 2018.

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.