Belastingplan 2018: Dividendbelasting

19 september 2017

Inhoudingsplicht houdstercoöperaties en uitbreiding inhoudingsvrijstelling

Eerder berichtten wij u over de voorgenomen wijzigingen teneinde het verschil in fiscale behandeling van winstuitdelingen door (houdster)coöperaties (in beginsel niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting) en bv’s/nv’s (in beginsel wel inhoudingsplichtig) weg te nemen. Deze wijzigingen beperken zich niet tot uitdelingen door coöperaties: ook de inhoudingsvrijstelling in deelnemingssituaties wordt gewijzigd. Het wetsvoorstel ‘Wet inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling’ is nu als onderdeel van het pakket Belastingplan 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. De inhoud van het wetsvoorstel ligt in grote lijnen in het verlengde van het op 16 mei 2017 in consultatie gebrachte conceptwetsvoorstel. Het is de bedoeling dat de wet per 1 januari 2018 in werking treedt.

Het kabinet signaleert dat de coöperatie in toenemende mate in internationale structuren wordt gebruikt en stelt voor om het verschil tussen bv’s/nv’s en (houdster)coöperaties, mede gezien het staatssteunrisico, op te heffen. Het uitgangspunt daarbij is om binnen de EU/EER en in verdragssituaties geen dividendbelasting te heffen in deelnemingsverhoudingen. Fiscale belemmeringen binnen een ondernemingsstructuur moeten namelijk zoveel mogelijk worden vermeden. Ook geldt als randvoorwaarde dat het reële coöperatieve bedrijfsleven niet wordt geraakt. Het wetsvoorstel bevat drie hoofdonderdelen: de uitbreiding van de inhoudingsplicht voor kwalificerende belangen in houdstercoöperaties, de uitbreiding van de inhoudingsvrijstelling richting derde landen en het in lijn brengen van de huidige nationale antimisbruikbepalingen met de Europeesrechtelijke en verdragsrechtelijke antimisbruikbepalingen.

Geen inhoudingsvrijstelling voor uitkeringen door fbi’s aan niet-onderworpen lichamen

De Fiscale vereenvoudigingswet 2017 introduceerde een – op dit moment nog niet in werking getreden – inhoudingsvrijstelling in de Wet op de dividendbelasting 1965 voor uitkeringen aan bepaalde niet-onderworpen lichamen (zoals pensioenfondsen). Bij invoering is niet onderkend dat deze inhoudingsvrijstelling niet in de systematiek van uitkeringen door fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) past. Voor fbi’s geldt namelijk een afdrachtvermindering die alleen kan worden toegepast als de fbi dividendbelasting inhoudt. Daarom wordt thans voorgesteld in de wet op te nemen dat de hiervoor genoemde inhoudingsvrijstelling niet geldt voor uitkeringen door fbi’s. Zowel de bepalingen inzake de inhoudingsvrijstelling als de beschreven wijziging treden in werking op een nader bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.