Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevestigt dat het UWV de uitspraak volgt van de Raad van State dat Japanners geen tewerkstellingsvergunning meer nodig hebben. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de immigratiepositie van Japanners in Nederland. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (‘IND’) houdt wel vast aan de verplichting om een verblijfsvergunning aan te vragen bij een verblijf voor langer dan negentig dagen.

Achtergrond

In 2012 heeft de Inspectie SZW van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (‘arbeidsinspectie’) hoge boetes opgelegd aan het Japanse culturele centrum Shofukan, gevestigd in Rotterdam. Tijdens renovatiewerkzaamheden aan het traditionele Japanse theehuis Senshin-an werden drie Japanse timmerlieden ingezet om bepaalde traditionele timmerwerkzaamheden te verrichten. De arbeidsinspectie oordeelde dat hiervoor een tewerkstellingsvergunning nodig was en heeft vervolgens hoge boetes opgelegd.

Als verweer werd gewezen op het Nederlands-Japans Handelsverdrag uit 1913, waarin een ‘meestbegunstigdenbepaling’ is opgenomen. Deze heeft als effect dat indien Nederland een verdrag heeft met een andere natie en hierin gunstigere bepalingen zijn opgenomen, die ook van toepassing zijn op Japanse onderdanen. Nederland heeft een dergelijk verdrag met Zwitserland, het Nederlands Zwitsers Tractaat van vriendschap uit 1878. Hieruit volgt dat Japanse burgers voor wat betreft hun rechten om in Nederland te werken, te verblijven en zelfs te wonen gelijk moeten worden behandeld als Zwitsers. Omdat Zwitsers al sinds 1878 praktisch vrij mogen werken en wonen in Nederland zolang zij geen beroep doen op sociale zekerheid, hebben Japanners nu ook die vrije verblijfs- en vestigingsmogelijkheden.

Nadat de rechtbank van Den Haag in maart 2014 het beroep al gegrond had verklaard, heeft op 24 december 2014 ook de Raad van State beslist dat de boete onterecht is opgelegd en dat het besluit moet worden vernietigd.

Uitspraak Raad van State en de gevolgen hiervan

Een direct gevolg van de uitspraak was dat aan werkgevers geen boetes meer konden worden opgelegd bij de tewerkstelling van Japanners zonder tewerkstellingsvergunning. De betrokken departementen moesten echter nog wel bepalen op welke wijze deze uitspraak in wet- en regelgeving zou worden geïmplementeerd en derhalve was het advies om tot nader order verblijfs- en tewerkstellingsvergunningen als voorheen aan te vragen.

Recent heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid echter een brief gepubliceerd waarin is bevestigd dat het UWV de uitspraak van de Raad van State volgt en Japanners daarom per direct geen tewerkstellingsvergunning meer nodig hebben. Dit wordt nog doorgevoerd in de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en geldt voor alle vormen van arbeid die onder de Wet arbeid vreemdelingen vallen.

De IND houdt echter vast aan de verplichting om een verblijfsvergunning aan te vragen bij een verblijf voor langer dan negentig dagen. Op deze vergunning wordt aangetekend dat er geen restricties zijn voor wat betreft werken. Het valt niet uit te sluiten dat de verblijfsprocedure in de toekomst verder vereenvoudigd zal worden.

De IND heeft verder bepaald dat de leges voor de verblijfsvergunning ongewijzigd blijven, namelijk € 870 voor een eerste aanvraag. Het valt te verwachten dat de hoogte van de leges ter discussie zal worden gesteld en dat de IND op enig moment wordt gedwongen deze te reduceren tot het bedrag dat geldt voor aanvragen die betrekking hebben op EU-aanvragen, momenteel € 53.

Werkgevers van Japanners met een nog geldige tewerkstellingsvergunning hoeven geen actie te ondernemen. Japanners die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning met restricties voor arbeid kunnen bij de IND een aanvraag indienen voor wijziging van hun verblijfsvergunning. De IND zal dan een nieuwe verblijfspas kunnen afgeven waarop is aangetekend dat men vrije toegang heeft tot de arbeidsmarkt en dat geen tewerkstellingsvergunning is vereist.

Indien u meer informatie wenst over dit onderwerp, neemt u dan contact op met uw vaste adviseur of Heleen Snieders.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat