1. Casus

Belanghebbende, A Ltd (hierna ‘verzekeringsmaatschappij’), biedt verzekeringsproducten aan en heeft haar hoofdkantoor in het Verenigd Koninkrijk. De verzekeringsmaatschappij is in Finland actief, maar heeft daar geen afzonderlijke fysieke vestiging. De verzekeringsmaatschappij biedt haar klanten onder meer verzekeringsproducten in verband met bedrijfsovernames aan.

Het gaat daarbij hoofdzakelijk om een door de verkoper afgesloten ‘warranty and indemnity-verzekering’, een door de koper afgesloten ‘warranty and indemnity-verzekering’ en een verzekering voor fiscale aansprakelijkheid. De verzekeringen beogen het risico verbonden met de waarde van de aandelen en het recht op de door de koper betaalde koopsom te verzekeren wanneer bepaalde vooraf vastgestelde omstandigheden zich voordoen.

2. Prejudiciële vragen

De Finse rechter wil duidelijkheid van het HvJ over de plaats van risico van dit type verzekeringen wanneer daarbij partijen in meerdere landen zijn betrokken. Daarbij wil de Finse rechter weten of aan Finse assurantiebelasting wordt toegekomen wanneer de verzekeringnemer een Finse vennootschap is en de doelvennootschap een buitenlandse rechtspersoon en vice versa. In de vraagstelling is daarbij verder onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin de verkoper de verzekeringnemer is en de situatie waarin koper de verzekeringnemer is. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen overname van een bedrijfsonderdeel en overname van aandelen.

3. Belang voor de praktijk

Veel verzekeringen hebben een grensoverschrijdend karakter. Voor verzekeraars en verzekeringsnemers is het daarbij van belang om vast te stellen in welk land assurantiebelasting verschuldigd is. Het financiële belang kan groot zijn. Sommige landen kennen geen assurantiebelasting terwijl anderen tarieven van boven de 20% kennen.

Tot nu toe zijn er maar twee uitspraken van het HvJ geweest over de plaats van risico voor de assurantiebelasting en die hebben niet voor elk type verzekering de gewenste duidelijkheid gegeven voor wat betreft de plaats waar assurantiebelasting wordt geheven. De praktijk heeft zich daarbij veelal wel gered. Zo ook in de casus die nu voor ligt. Wanneer een aandeelhoudersrisico wordt gedekt, bijvoorbeeld door middel van een financial interest clause, dan wordt momenteel veelal assurantiebelasting geheven in het land waar de aandeelhouder is gevestigd. Deze gevestigde praktijk kan worden verstoord door de uitspraak van het HvJ in de nu voorliggende zaak.

Voor multinationals kan dit impact hebben op wereldwijde verzekeringsprogramma’s. Bij wereldwijde verzekeringsprogramma’s is er vaak sprake van een combinatie van risico’s op landniveau en aandeelhoudersrisico’s waarbij premies voor de assurantiebelasting worden gealloceerd aan de verschillende landen en de aandeelhouder. Een dergelijke premieallocatie wordt niet altijd consistent toegepast. Daar komt voor multinationals nu een extra onzekerheid bij. Voor de aandeelhoudersrisico’s is het nu de vraag of deze voor de assurantiebelasting ook aan de landen waarop deze betrekking hebben moeten worden gealloceerd.

Daarnaast speelt in de Nederlandse praktijk nog de vraag of garanties die in het kader van bedrijfsovernames worden gegeven wel altijd als verzekering kwalificeren en aan 21% assurantiebelasting onderworpen zijn. Het argument daarbij is dat soms niet een onzeker voorval wordt gedekt, maar een schade als gevolg van een nog onbekend gebrek. Omdat de belastbaarheid van verzekeringen niet unierechtelijk is geregeld is er goede kans dat niet aan deze vraag wordt toegekomen.

Uiteraard kunnen de adviseurs van de Financial Services Group van Meijburg & Co u helpen bij het in kaart brengen van de mogelijke gevolgen van deze vragen en het arrest van het HvJ dat nog volgt. Neemt u gerust contact op met een van hen of uw gebruikelijke adviseur.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat