Er staan nog enkele andere (fiscale) ontwikkelingen op stapel, die geen onderdeel zijn van het pakket Belastingplan 2019. Hierna behandelen wij een aantal daarvan kort.

Multilateraal instrument (MLI) tegen internationale belastingontwijking

Nederland wil – onder andere via het multilateraal instrument (‘MLI’) – in alle belastingverdragen een bepaling opnemen die ervoor zorgt dat verdragsvoordelen alleen worden toegekend als het inkomen van een hybride entiteit bij de deelnemers in die entiteit in de belastingheffing wordt betrokken. Nederland neemt via het MLI meer antimisbruikbepalingen op in de belastingverdragen dan veel andere landen. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat het uitgebreide netwerk van Nederlandse belastingverdragen op oneigenlijke wijze wordt gebruikt. De plenaire behandeling in de Tweede Kamer staat momenteel gepland voor later deze maand. Daarna moet de Eerste Kamer zich nog over het wetsvoorstel buigen. Dit betekent dat voor Nederland het MLI voor alle heffingen op zijn vroegst vanaf 2020 kan ingaan.

Mandatory-disclosurerichtlijn

De richtlijn voor verplichte openbaarmaking (‘mandatory disclosure’) van grensoverschrijdende – mogelijk agressieve – belastingstructuren waarbij financiële tussenpersonen (bijvoorbeeld belastingadviseurs, advocaten, notarissen of trustkantoren) worden verplicht om informatie over dergelijke structuren aan de Belastingdienst te melden, is op 25 juni 2018 in werking getreden. Meer informatie hierover vindt u in onze Engelstalige berichtgeving.

Introductie UBO-register

Op 20 april 2018 informeerde minister Hoekstra van Financiën de Tweede Kamer dat de implementatie van het UBO-register wordt uitgesteld. De aanleiding daarvoor is dat op 19 april 2018 het Europees Parlement met overweldigende meerderheid instemde met het voorstel voor aanpassing van de Vierde anti-witwasrichtlijn, waarin het zogenoemde UBO-register is opgenomen. Het UBO-register zorgt ervoor dat informatie over de uiteindelijke gerechtigden van een juridische entiteit (de ‘ultimate beneficial owners’ oftewel ‘UBO’s’) in het Handelsregister moet worden opgenomen. Het UBO-register had in 2017 al gereed moeten zijn, maar dit is Nederland niet gelukt. Wel is een wetsvoorstel in voorbereiding om het UBO-register te implementeren. Door het uitstel kan het reeds aangevangen wetgevingstraject niet ongewijzigd worden voortgezet, aldus de minister. De verwachting is dat het wetsvoorstel op zijn vroegst in de eerste helft van 2019 ter consultatie zal worden voorgelegd.

Uitfaseren pensioenopbouw in eigen beheer

Vanaf 1 juli 2017 is pensioenopbouw in eigen beheer door de dga niet langer mogelijk. De hogere commerciële waarde van het pensioen kan fiscaal geruisloos worden afgestempeld naar de lagere fiscale waarde. Loonbelasting, revisierente en vennootschapsbelasting worden niet geheven. Dit afstempelen kan alleen in combinatie met volledige afkoop of volledige omzetting in een oudedagsverplichting (‘ODV’). Vanaf 2017 tot 2020 kan fiscaal gefaciliteerd worden afgekocht. De afkoopmogelijkheid geldt zowel voor ingegane als voor nog niet ingegane pensioenen. In 2017 gold een korting van 34,5% op de grondslag, in 2018 is de korting 25% en in 2019 19,5%. De grondslag is de laagste van de volgende waarden: de fiscale waarde van het pensioen per ultimo van het boekjaar dat eindigt in 2015 of de fiscale waarde op afkoopdatum. Gerekend vanuit het hoogste belastingtarief betekende dit in 2017 een effectief tarief van circa 34%. In 2018 komt het effectieve tarief uit op circa 39% en in 2019 op circa 42%. De afnemende korting is erop gericht dat de dga’s zo snel mogelijk ‘uitfaseren’.

Voorstellen Europese Commissie voor belasten van digitale economie

Op 21 maart 2018 heeft de Europese Commissie voorstellen gepubliceerd voor het belasten van de digitale economie. Het pakket bestaat uit een tijdelijke maatregel in de vorm van een belasting van 3% op bepaalde inkomsten uit digitale activiteiten (digitale dienstenbelasting, ‘DDB’) en een langetermijnoplossing waarbij het concept van een digitale vaste inrichting wordt geïntroduceerd. Daarnaast doet de Europese Commissie aanbevelingen aan de lidstaten om dit concept in hun belastingverdragen te implementeren, zodat het ook van toepassing is op bedrijven die niet in de EU zijn gevestigd. Meer informatie hierover vindt u in onze Engelstalige berichtgeving.

Op 7 september 2018 hebben de EU-ministers van Financiën een principeakkoord bereikt om zo snel mogelijk een DDB in te voeren. EU-voorzitter Oostenrijk streeft naar een definitief akkoord voor het eind van dit jaar. Het idee is om deze heffing alleen te laten gelden totdat er een langetermijnoplossing in OESO-verband is bereikt.

Voorstellen Europese Commissie voor CCCTB

In 2016 heeft de Europese Commissie een hernieuwd voorstel gepubliceerd om binnen de EU de vennootschapsbelasting te harmoniseren, de Common Consolidated Corporate Tax Base (‘CCCTB’). Het voorstel kent de vorm van twee conceptrichtlijnen (de tweestappenbenadering). In de eerste richtlijn ligt de focus op de invoering van één set regels die binnen de EU door alle lidstaten wordt toegepast (‘CCTB’). In een later stadium zou men dan door middel van de tweede richtlijn tot invoering van een consolidatieregime moeten komen, waarbij alle winsten en verliezen van alle EU-groepsvennootschappen uit verschillende lidstaten bij elkaar worden opgeteld. Nederland heeft te kennen gegeven geen voorstander te zijn van deze voorstellen, noch van het voorstel van de Commissie om de regels die voortvloeien uit de langetermijnoplossing voor het belasten van de digitale economie (zie hiervoor) te zijner tijd in de CCCTB onder te brengen. Om de aanvaarding van de CCTB-richtlijn te bespoedigen hebben Duitsland en Frankrijk in juni 2018 een gezamenlijke ‘position paper’ uitgebracht met een aantal vereenvoudigingen en andere aanpassingen, bijvoorbeeld om aan te sluiten bij anti-BEPS-maatregelen en ATAD1.

Rulingpraktijk (zekerheid vooraf) en uitwisseling van informatie

Naar aanleiding van intern onderzoek naar de procedurele aspecten bij de afgifte van rulings, Europese richtsnoeren daarover en beleidskeuzes van het kabinet op het gebied van belastingontwijking heeft de staatssecretaris van Financiën in februari 2018 aangekondigd de rulingpraktijk te willen herzien. Op 30 augustus 2018 is in dit kader een internetconsultatie gestart, die loopt tot en met 20 september 2018. Het doel is om de nieuwe inrichting van de rulingpraktijk vanaf 1 januari 2019 vorm te geven. De herziening en de consultatie zien alleen op rulings met een internationaal karakter. Gevraagd wordt om input op de onderdelen ‘inhoud’ (onder meer met betrekking tot de substance-eisen), ‘proces’ en ‘transparantie’. Een rapportage over de herziening van de rulingpraktijk wordt in november 2018 verwacht.

In februari 2018 heeft de staatssecretaris in zijn beleidsvoornemens ook gezegd dat onder omstandigheden niet alleen informatie moet worden uitgewisseld over dienstverleningslichamen (ongeacht of sprake is van zekerheid vooraf), maar ook over internationale houdstermaatschappijen. Tevens zullen de substance-eisen in dit kader en in verband met het verkrijgen van zekerheid vooraf in lijn worden gebracht met de eisen zoals die zijn geïntroduceerd bij de Wet inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling.