Eerder was al bekendgemaakt dat de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) zou worden vervangen door de Beschikking geen loonheffingen (BGL). De BGL heeft tot veel kritiek geleid, onder meer in de Tweede Kamer. Zzp-organisaties en vakbonden hebben daarna gepleit voor een alternatief voor de BGL met als belangrijkste twee elementen:

  1. een sectorale benadering;
  2. een geconditioneerde vrijwaring voor de opdrachtgever, waarbij voor deze de mogelijkheid bestaat om in één keer zekerheid vooraf te krijgen voor alle zzp’ers die hij contracteert.


Voor het kabinet staat voorop dat het alternatief tevens recht moet doen aan de uitgangspunten van het wetsvoorstel BGL. Dit zijn:

  1. bijdragen aan het herstel van het evenwicht in de verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en opdrachtnemer;
  2. vergroting van de mogelijkheden voor de Belastingdienst om handhavend op te treden.


In een brief van 20 april 2015 aan de Tweede Kamer licht de staatssecretaris van Financiën het alternatief toe.

Voorleggen van overeenkomsten aan de Belastingdienst

Ook in het nieuwe voorstel zal de VAR-systematiek worden afgeschaft. Het alternatief voor de BGL houdt samengevat in dat (belangenorganisaties van) opdrachtgevers en/of opdrachtnemers overeenkomsten kunnen voorleggen aan de Belastingdienst. Deze laatste zal dan schriftelijk bevestigen of er een vrijwaring voor het inhouden en afdragen van loonheffingen bestaat.

De Belastingdienst beoordeelt de overeenkomsten alleen op de elementen die van belang zijn om de vraag te kunnen beantwoorden of sprake is van een verplichting om loonheffingen in te houden. De hiermee gegeven zekerheid geldt alleen indien de feitelijke werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de voorgelegde overeenkomst. De Belastingdienst geeft aldus geen oordeel over de fiscale positie van de opdrachtnemer voor de inkomstenbelasting.

Het beoordelen van een overeenkomst zal naar verwachting een gemiddelde doorlooptijd van zes weken hebben. De beoordeling sluit aan bij de bestaande praktijk van vooroverleg. Dit betekent dat de beoordeling niet tot een voor bezwaar vatbare beschikking leidt. De Belastingdienst zal beoordeelde overeenkomsten (voor zover mogelijk) openbaar maken, zodat deze door andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden gebruikt. Ook zal de Belastingdienst modelovereenkomsten op zijn website plaatsen, waarmee opdrachtgevers en opdrachtnemers zekerheid kunnen krijgen zonder een schriftelijk verzoek in te hoeven dienen.

Het oordeel van de Belastingdienst wordt schriftelijk vastgelegd. Daarbij wordt aangegeven voor welke termijn een vrijwaring voor de loonheffingen geldt. Gedacht wordt aan een termijn van vijf jaar, met een voorbehoud indien de wet- of regelgeving gedurende die vijf jaar wijzigt. De vrijwaring geldt alleen als feitelijk volgens de overeenkomst wordt gewerkt. Tevens kan jurisprudentie aanleiding geven een eerder beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst voor de toekomst in te trekken.

Soorten overeenkomsten

Er zijn in principe drie soorten overeenkomsten die kunnen worden voorgelegd, namelijk:

  1. sectoroverstijgende overeenkomsten,
  2. sectorale overeenkomsten,
  3. maatwerkovereenkomsten.


Voorbeeldovereenkomsten die geen sectorspecifieke kenmerken hebben (sectoroverstijgende overeenkomsten) en dus in meerdere sectoren toepassing vinden, kunnen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Belastingdienst. Ook is het mogelijk om sectorale overeenkomsten op te stellen, waarin rekening kan worden gehouden met specifieke sectorale aspecten zoals gangbare sectorale terminologie of afspraken, sectorale wetgeving en de voor een sector relevante arboregelgeving. Een sectorale overeenkomst is op zich niet noodzakelijk, omdat een eventuele plicht tot inhouden en afdragen van loonheffingen voor elke sector hetzelfde is. Individuele opdrachtgevers en opdrachtnemers die geen gebruik willen of kunnen maken van de voorbeeldovereenkomsten kunnen zelf een overeenkomst opstellen en voorleggen aan de Belastingdienst (maatwerkovereenkomsten). Indien nodig kan de overeenkomst in overleg met de Belastingdienst worden aangepast, zodat de vrijwaring voor de loonheffingen alsnog kan worden verkregen.

De Belastingdienst streeft ernaar medio oktober 2015 een substantieel aantal generieke en sectorale voorbeeldovereenkomsten te hebben beoordeeld en gepubliceerd op zijn website.

Niet voldoen aan de omschreven werkzaamheden

Indien blijkt dat in de praktijk niet volgens de overeenkomst wordt gewerkt, is er geen vrijwaring voor de loonheffingen. De Belastingdienst kan dan aan de opdrachtgever een correctieverplichting of een naheffingsaanslag voor de loonheffingen opleggen. Afhankelijk van de omstandigheden kan ook een boete worden opgelegd.

Arbeidsrecht

Het alternatieve voorstel doet op geen enkele wijze afbreuk aan het geldende arbeidsrecht. Het is dus mogelijk dat een rechter achteraf oordeelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, terwijl de Belastingdienst heeft beslist dat de betreffende overeenkomst geen plicht tot het inhouden en afdragen van loonheffingen creëert. Oordeelt een rechter dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan zal de betreffende (voorbeeld)overeenkomst voor de toekomst worden ingetrokken. De opdrachtnemer kan dan in beginsel – zo nodig met terugwerkende kracht – zijn aanspraak op bijvoorbeeld een uitkering effectueren. Voor zover conform de overeenkomst is gewerkt, is het in principe niet mogelijk om een naheffingsaanslag voor de loonheffingen aan de opdrachtgever op te leggen.

Gevolgen voor de fictieve dienstbetrekkingen van gelijkgestelden en thuiswerkers

Voor het invoeren van het alternatief voor de BGL is een aanpassing van de gelijkgesteldenregeling en de thuiswerkersregeling noodzakelijk. De reden hiervoor is dat de Belastingdienst in een groot aantal gevallen niet zonder meer vooraf aan de hand van (voorbeeld)overeenkomsten kan beoordelen of de opdrachtgever de verplichting heeft loonheffingen in te houden en af te dragen. Het doel van de aanpassing van de regelgeving zal zijn dat de Belastingdienst bij het beoordelen van een (voorbeeld)overeenkomst alleen hoeft te toetsen of sprake is van een echte dienstbetrekking of van een van de andere fictieve dienstbetrekkingen dan die van gelijkgestelden en thuiswerkers. Indien er geen echte dienstbetrekking uit de overeenkomst voortvloeit en ook geen van de andere fictieve dienstbetrekkingen dan die van gelijkgestelden en thuiswerkers van toepassing kan zijn, geeft de Belastingdienst het oordeel dat er geen verplichting tot het afdragen of voldoen van loonheffingen is.

De aanpassing in de regelgeving zal inhouden dat de fictieve dienstbetrekking van de gelijkgestelden en de thuiswerkers niet van toepassing is indien:

  • partijen een (voorbeeld)overeenkomst ondertekenen waarover de Belastingdienst heeft geoordeeld dat er geen verplichting tot het afdragen of voldoen van loonheffingen uit voortvloeit;
  • er ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst wordt gewerkt.

Dit moet ook als zodanig in de overeenkomst zijn opgenomen.

Vervolgtraject en verwachte ingangsdatum

Indien het voorgestelde alternatief voldoende draagvlak in de Tweede Kamer heeft, zal het wetsvoorstel BGL worden aangepast. De staatssecretaris streeft naar een invoering per 1 januari 2016. Tot die tijd blijft de huidige VAR-systematiek gehandhaafd.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat