De door een werkgever aan zijn werknemer verleende rentekorting op een personeelslening voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning wordt met ingang van 1 januari 2016 belast. Dit volgt uit de recent gepubliceerde Fiscale verzamelwet 2015, waarin de staatssecretaris van Financiën voorstelt de momenteel bestaande nihilwaardering voor de rentekorting af te schaffen. Voor werkgevers betekent dit dat zij verplicht worden het toegekende rentevoordeel via de salarisadministratie te belasten.

De staatssecretaris heeft in 2014 al aangekondigd dat de nihilwaardering voor de rentekorting op een personeelslening voor de aankoop of verbouwing van de eigen woning zal worden aangepast. De reden dat het voordeel van de rentekorting niet wordt belast was gelegen in het feit dat het belasten van dit voordeel per saldo geen invloed had op de te betalen belastingen. Als de verleende rentekorting werd belast als loon, stond daar een even grote aftrek voor de heffing van inkomstenbelasting tegenover. Met ingang van 1 januari 2014 wordt het belastingtarief waartegen de renteaftrek met betrekking tot een eigenwoningschuld plaatsvindt echter verlaagd. Jaarlijks wordt de renteaftrek in de hoogste tariefschijf van 52% met 0,5% in 28 stappen verlaagd naar 38%. Als gevolg van deze beperking kan de renteaftrek in de inkomstenbelasting in veel gevallen niet meer plaatsvinden tegen hetzelfde tarief als waartegen het rentevoordeel in de loonbelasting zou zijn belast.

Voordeel rentekorting ook niet aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel

De staatssecretaris acht dit gevolg onwenselijk. Recent is de Fiscale verzamelwet 2015 gepubliceerd, waarin is voorgesteld om de nihilwaardering voor de rentekorting af te schaffen. Tevens wordt hierin geregeld dat het rentevoordeel niet als eindheffingsbestanddeel door de werkgever kan worden aangewezen en dus niet ten laste van de vrije ruimte kan worden gebracht. Het rentevoordeel – het verschil tussen de afgesproken rente en de waarde in het economische verkeer (de rente voor een vergelijkbare lening in de markt) – zal derhalve moeten worden bepaald en verplicht in de salarisadministratie moeten worden verloond. Ter vergemakkelijking van de uitvoering zal daarbij worden toegestaan om het in aanmerking te nemen rentevoordeel gelijkmatig over het jaar te verdelen. Deze tegemoetkoming zal in lagere wetgeving nader worden uitgewerkt. Uiteraard is het te verlonen rentevoordeel wel aftrekbaar in de inkomstenbelasting als eigenwoningrente met inachtneming van de genoemde aftrekbeperkingen.

Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd door de Tweede Kamer en Eerste Kamer. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2016.