De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het gebruik van ‘Automatic Number Plate Recognition’ (ANPR) camerabeelden (oftewel flitsfoto’s) door de Belastingdienst voor de controle van een kilometerregistratie in strijd is met het recht op privacy.

Het betreft een zaak van een belanghebbende aan wie een Verklaring geen privégebruik is afgegeven. Een dergelijke verklaring houdt in dat op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden met de door de werkgever ter beschikking gestelde auto wordt gereden. De fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto blijft in dat geval achterwege.

Na controle van de rittenregistratie van belanghebbende met behulp van ANPR-camerabeelden heeft de Belastingdienst zich op het standpunt gesteld dat de auto op jaarbasis voor meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Als gevolg hiervan zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen en boetes opgelegd.

In geschil is de vraag of de Belastingdienst de ANPR-camerabeelden mocht gebruiken bij de controle van de rittenadministratie.

Volgens de advocaat-generaal leidt het via een monitor waarnemen van gedragingen in de openbare ruimte niet tot een inbreuk op de privacy. Daarvan is echter wel sprake indien de waarnemingen systematisch en permanent worden vastgelegd. De manier waarop de Belastingdienst de passagegegevens van alle weggebruikers op de openbare wegen verzamelt, kwalificeert als een systematische gegevensverwerking en leidt tot een inmenging in de privacy van de weggebruiker. Aangezien een wettelijke basis voor deze inmenging ontbreekt, is het vastleggen en verwerken van deze camerabeelden volgens de advocaat-generaal in strijd met het recht op privacy.

Op dit moment is het afwachten of de Hoge Raad de conclusie van de advocaat-generaal zal volgen.