Andere fiscale ontwikkelingen 2018

19 September 2017

Behalve de in andere onderdelen genoemde fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2018 staat nog een aantal andere (fiscale) ontwikkelingen op stapel. Hierna behandelen wij enkele daarvan kort.


Verlenging eerste schijf vennootschapsbelasting

De eerste schijf van de vennootschapsbelasting van € 200.000 – waarin het 20%-tarief geldt – wordt in 2018 verlengd naar € 250.000, in 2020 naar € 300.000 en in 2021 naar € 350.000. Dit is niet alleen goed voor het MKB, maar maakt bovendien het opbouwen van nettovermogen in de bv aantrekkelijker.

Richtlijn ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken (ATAD1)

De staatssecretaris van Financiën heeft op 10 juli 2017 een internetconsultatie gepubliceerd met het oog op de introductie, respectievelijk de wijziging van een aantal maatregelen tegen belastingontwijking. Deze maatregelen zien mede op de introductie van een renteaftrekbeperking en de wijziging van de deelnemingsvrijstelling, en zijn voorgeschreven op grond van de Europese Anti Tax Avoidance Directive (ATAD1). De wijzigingen moeten per 1 januari 2019 worden toegepast. De consultatie is op 21 augustus 2017 beëindigd. Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn in Nederland zal – zoals het er nu naar uitziet – in het eerste kwartaal van 2018 ter goedkeuring aan het parlement worden voorgelegd.

Multilateraal instrument (MLI) tegen internationale belastingontwijking

Op 7 juni 2017 heeft minister Dijsselbloem van Financiën, naast vertegenwoordigers van bijna zeventig andere landen, in Parijs een multilateraal verdrag ondertekend tegen internationale belastingontwijking (ook wel aangeduid als het multilateraal instrument of MLI) in het kader van BEPS actie 15. In het BEPS-project zijn aanpassingen voorgesteld voor nationale wetgeving en voor belastingverdragen. Veel van de voorstellen voor nationale wetgeving heeft de Europese Unie overgenomen in de zogenoemde Anti Tax Avoidance Directive (ATAD1). De aanpassingen voor belastingverdragen zijn opgenomen in het verdrag dat op 7 juni 2017 is ondertekend. Met de komst van het MLI worden naar verwachting in een keer meer dan veertig Nederlandse belastingverdragen aangepast, waarvoor anders bilaterale onderhandelingen nodig zouden zijn geweest. De ratificatie in Nederland zal – zoals nu wordt voorzien – starten in december 2017, waardoor het MLI op zijn vroegst vanaf 2019 van toepassing zal zijn.

Implementatie UBO-register

Op 28 april 2017 is de internetconsultatie van het conceptwetsvoorstel voor de invoering van een UBO-register in Nederland beëindigd. Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van de verplichting tot het houden van een centraal register met informatie over uiteindelijke belanghebbenden – ‘ultimate beneficial owners’ (UBO's) – van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Deze verplichting vloeit voort uit de Europese richtlijn 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering. Diverse partijen en belangenorganisaties hebben fundamentele kritiek op het conceptwetsvoorstel geleverd. Het echte wetsvoorstel wordt pas begin 2018 verwacht met als streven dat het UBO-register in de zomer van 2018 operationeel is.

Beperking renteaftrek eigenwoningschuld in hoogste schijf tot 49,5%

Vanaf 2014 wordt het maximale percentage waartegen de rente over de eigenwoningschuld in de hoogste schijf kan worden afgetrokken jaarlijks met 0,5% verlaagd. De renteaftrek voor de eigenwoningschuld bedraagt in 2018 dus maximaal 49,5%.

Beëindiging regeling restschuld eigen woning

De restschuldregeling is per 29 oktober 2012 als crisismaatregel ingevoerd voor een termijn van vijf jaar en loopt op 31 december 2017 af. De maatregel had tot doel de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Personen met een zogenoemde onderwaterhypotheek – waarbij de waarde van de eigen woning lager is dan de op die woning rustende schuld – kunnen de rente en kosten op de bij verkoop van die woning resterende schuld nog gedurende maximaal vijftien jaar aftrekken als deze restschuld is ontstaan in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. De doorstroming op de woningmarkt heeft zich inmiddels hersteld. De staatssecretaris van Financiën ziet dan ook geen aanleiding om deze regeling, die geïntroduceerd werd als tijdelijke crisismaatregel, te verlengen.

Forfaitaire rendementen box 3

Voor het box 3-vermogen tot € 100.000 dat boven de vrijstelling uitkomt, zal in 2018 een forfaitair rendement gelden van 2,65% (2017: 2,87%). Voor het vermogen tussen € 100.000 en € 1.000.000 wordt uitgegaan van een rendement van 4,52% (2017: 4,60%). Voor zover het vermogen meer dan € 1.000.000 bedraagt, wordt een rendement gehanteerd van 5,38% (2017: 5,39%). 

Forfaitair voordeel vbi of buitenlandse beleggingsinstelling box 2

Het forfaitaire voordeel uit een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) of een buitenlands beleggingslichaam bedraagt, voor vermindering met de daadwerkelijk in aanmerking genomen reguliere voordelen, in 2018 5,38% (2017: 5,39%) – hetzelfde als het forfaitaire rendement in de hoogste schijf in box 3 – van de waarde in het economische verkeer van de aandelen of winstbewijzen aan het begin van het kalenderjaar.

Uitfaseren van pensioenopbouw in eigen beheer

Vanaf 1 juli 2017 is pensioenopbouw in eigen beheer door de directeur-grootaandeelhouder (dga) niet langer mogelijk. Er is een afkoopmogelijkheid ingevoerd, zowel voor ingegane als voor nog niet ingegane pensioenen. Allereerst kan de hogere commerciële waarde van het pensioen fiscaal geruisloos worden afgestempeld naar de lagere fiscale waarde. Loonbelasting, revisierente en vennootschapsbelasting worden niet geheven. De dga heeft vervolgens de keuze om het pensioen in 2017, 2018 of 2019 fiscaal gefaciliteerd af te kopen. In 2017 geldt een korting van 34,5% op de grondslag, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%. Gerekend vanuit het hoogste belastingtarief (52%) betekent dit een belastingtarief van circa 34% (2017), 39% (2018) of 42% (2019). De afnemende korting is erop gericht dat de dga’s zo snel mogelijk ‘uitfaseren’. 

Pensioenrichtleeftijd gaat vanaf 2018 naar 68 jaar

De pensioenrichtleeftijd is de ‘rekenleeftijd’ die wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw. Deze wordt met ingang van 1 januari 2018 met een vol jaar verhoogd: van 67 naar 68 jaar. Verhoging van de pensioenrichtleeftijd heeft tot gevolg dat de pensioenovereenkomsten met de werknemers voor 1 januari 2018 moeten worden aangepast. Hiervoor is overeenstemming nodig tussen de sociale partners, instemming van de Ondernemingsraad en/of overleg met de individuele werknemer. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd heeft diverse effecten voor het pensioen van de werknemer en de organisatie, waaronder een andere kostendekkende premie, een langere periode van kans op vooroverlijden en arbeidsongeschiktheid, langer doorwerken en compensatie in verband met lagere opbouw. 

Afschaffing aftrek van scholingsuitgaven en uitgaven monumentenpanden uitgesteld tot 2019

Het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing uit het pakket Belastingplan 2017 wordt met een jaar uitgesteld tot 2019. Het wetsvoorstel regelt de afschaffing van de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden en de aftrek van scholingsuitgaven. Hoewel het wetsvoorstel is uitgesteld, gaat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wel verder met de nadere uitwerking van vervangende subsidieregelingen voor het onderhoud van rijksmonumenten en de stimulering van scholing, gericht op invoering per 2019. Het nieuwe kabinet moet hier definitieve besluiten over nemen.

Handhaving Wet DBA verder uitgesteld tot 1 juli 2018

Handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) wordt verder uitgesteld tot 1 juli 2018. De Wet DBA wordt wel gehandhaafd in een situatie van ‘evidente kwaadwillendheid’.

Vrijstelling aandelenopties start-ups

Vanaf 2018 is bij werknemers van bepaalde innovatieve starters (start-ups) slechts 75% van het gerealiseerde voordeel ter zake van in het kader van de dienstbetrekking uitgereikte aandelenopties belast. De vrijstelling bedraagt maximaal € 12.500.

Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

Het bestaande systeem van premiekortingsregelingen (opgenomen in de Wet financiering volksverzekeringen) voor oudere en arbeidsgehandicapte werknemers wordt in de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl) omgevormd tot een systeem van loonkostenvoordelen en een lage-inkomensvoordeel. Verder komt de premievrijstelling voor marginale (seizoens)arbeid met ingang van 2018 te vervallen. De Wtl voorziet in een regeling met betrekking tot:

- loonkostenvoordelen (LKV’s): een tegemoetkoming aan werkgevers voor het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden, arbeidsgehandicapte werknemers en het herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018;

- een lage-inkomensvoordeel (LIV): een loonkostenvoordeel voor werkgevers die werknemers met een relatief laag loon in dienst hebben. Deze regeling is in werking getreden met ingang van 1 januari 2017.

Voorstel tot uitbreiding btw-herzieningsregels voor ‘kostbare diensten’

De btw-herzieningsregeling wordt met ingang van 1 januari 2018 waarschijnlijk uitgebreid tot verbouwingen van onroerend goed en andere zogenoemde kostbare diensten, zoals software. Het zal dan langer duren voordat btw-aftrek hierop definitief is en bij een gebruikswijziging moet eerder afgetrokken btw misschien worden terugbetaald. De nieuwe regels bieden ook uitzicht op een teruggaaf van btw waar die aanvankelijk niet kon worden genoten. Dit volgt uit een conceptvoorstel dat het Ministerie van Financiën op 18 mei 2017 in consultatie heeft gebracht. De voorgestelde wijziging heeft een flinke impact voor heel veel bedrijven en instellingen, met name als die met btw-vrijstellingen te maken hebben. Omdat investeringen langduriger moeten worden gevolgd, nemen de administratieve lasten toe. De consultatie is op 15 juni 2017 beëindigd.

Wetsvoorstel btw-behandeling van vouchers

Op 7 juli 2017 is het wetsvoorstel voor de btw-behandeling van vouchers gepubliceerd. De nieuwe wetgeving is van belang voor iedere retailer met promotie- of loyaliteitsprogramma’s en treedt in werking per 1 januari 2019.

Verplichte btw-verlegging telecommunicatiediensten

Om btw-(carrousel)fraude tegen te gaan, geldt met ingang van 1 september 2017 een verleggingsregeling voor telecommunicatiediensten. De verleggingsregeling ziet alleen op de dienstverrichting tussen ondernemers die deze telecommunicatiediensten ook verrichten, zodat de dienstverrichting naar eindgebruikers buiten de reikwijdte van die regeling valt. Onder eindverbruikers worden in deze mede verstaan ondernemers die dergelijke diensten aanschaffen om ze zakelijk binnen de eigen organisatie te verbruiken. De verleggingsregeling geldt alleen als de plaats van de telecommunicatiedienst in Nederland is. Dat is bij dienstverlening tussen ondernemers het geval wanneer de afnemende ondernemer in Nederland is gevestigd of daar zijn gebruikelijke woon- of verblijfsplaats, zetel of vaste inrichting heeft.

Wetsvoorstel terugvordering staatssteun

Op 4 juli 2017 is het wetsvoorstel Wet terugvordering staatssteun aangeboden bij de Tweede Kamer. De Europese Commissie controleert op grond van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) of lidstaten de Unierechtelijke staatssteunregels juist toepassen. In dat kader kan de Commissie een lidstaat opdragen de niet overeenkomstig de regels verstrekte staatssteun terug te vorderen. De lidstaat dient die steun dan zonder vertraging en op basis van het nationale recht terug te vorderen. Dit wetsvoorstel voorziet in een sluitende set nationaalrechtelijke grondslagen voor dergelijke terugvorderingen. Het gaat om gevallen waarin de noodzaak van terugvordering door Nederland een gegeven is en de vraag of teruggevorderd moet worden reeds bevestigend is beantwoord in de vorm van een verplichting tot terugvordering. Het wetsvoorstel creëert geen nieuwe situaties waarin moet worden teruggevorderd, maar biedt uitsluitend een regeling ter uitvoering van de verplichting tot terugvordering in situaties waarin al moet worden teruggevorderd. De terugvordering moet het volledige steunbedrag omvatten, dus met inbegrip van rente. Het gaat erom dat het marktvoordeel dat een begunstigde ten opzichte van zijn concurrenten door de staatssteun heeft genoten ongedaan wordt gemaakt en dat de voorheen bestaande marktsituatie wordt hersteld. Afgaand op het afgelopen decennium gaat het voor Nederland om niet meer dan enkele Commissiebesluiten per jaar. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel zal bij Koninklijk Besluit worden geregeld.

Conceptwetsvoorstel aanpak belastingontduiking

Op 20 juli 2017 is de consultatie voor het conceptwetsvoorstel Wet aanpak belastingontduiking geopend. In dit conceptwetsvoorstel wordt een aantal maatregelen voorgesteld om bepaalde invorderingsconstructies te voorkomen. Deze maatregelen zullen het mogelijk maken om een grotere groep van derden aansprakelijk te stellen voor belastingschulden. Daarbij moet worden gedacht aan aansprakelijkstelling van begunstigden van bijvoorbeeld een gift en aan een verruiming van verhaalsmogelijkheden op erfgenamen. Verder wordt voorgesteld om het voor de ontvanger eenvoudiger te maken om niet-betaalde belastingschulden van niet meer bestaande (buitenlandse) rechtspersonen te innen bij voormalige bestuurders, aandeelhouders of vereffenaars. Een deel van deze maatregelen zal met terugwerkende kracht per 20 juli 2017 in werking treden. Tot slot wordt in het consultatiedocument een aantal open vragen gesteld over het voornemen om vergrijpboetes aan deelnemers openbaar te maken. De consultatie eindigt op 28 september 2017.

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.