Bedrijven in de reisbranche worden dagelijks geconfronteerd met diverse soorten belastingen. De fiscalisten van de Travel, Leisure & Tourism-marktgroep delen graag hun uitgebreide praktijkervaring en kennis van de branche met u.

Btw

Meestal vormt de btw een belangrijk aandachtspunt voor ondernemingen in de reisbranche. Een hotel heeft bijvoorbeeld te maken met een tarief van 6% voor het verstrekken van logies, maar voor andere bijkomende diensten (zoals parkeren en stomerij) geldt het hogere tarief van 21%. Wanneer deze aanvullende diensten echter ondergeschikt zijn aan het verstrekken van logies, kan mogelijk toch het 6%-tarief van toepassing zijn. Ook kan het gebeuren dat gasten niet komen opdagen, terwijl wel is betaald voor de overnachting. Kan het hotel dan zijn btw terugvragen?

Voor reisorganisatoren gelden speciale btw-regels, vervat in de zogenoemde reisbureauregeling. Kort gezegd heeft deze bijzondere btw-regeling tot gevolg dat er geen btw-aftrekrecht bestaat op de inkoop van reisonderdelen en dat uit de winstmarge 21% btw verschuldigd is. In de praktijk blijkt dat ook andere bedrijven dan tour-operators/reisbureaus, vaak onbedoeld, onder deze regeling vallen omdat zij op eigen naam reizen (bijvoorbeeld excursies) aanbieden aan hun klanten.

De btw-specialisten van Meijburg & Co helpen u graag verder. Met onze speciaal voor de reisbranche ontwikkelde btw-quickscans krijgen ondernemers snel inzicht in de kansen en risico’s op het gebied van de btw.

Loonheffingen

Bedrijven in de reisbranche hebben vaak veel personeel in dienst. Ook hierbij komen diverse fiscale aspecten naar voren. Personeelsverstrekkingen, zoals maaltijden tijdens werktijd, bedrijfskleding en personeelskortingen, kunnen gevolgen hebben voor zowel loonheffingen als btw.

Veel bedrijven in de sector maken gebruik van leerlingen en stagiairs die langere tijd voor hen werken. Onder voorwaarden kan voor deze werknemers een korting voor de af te dragen loonbelasting worden toegepast. Specialistisch personeel dat uit het buitenland wordt ingehuurd komt mogelijk in aanmerking voor de zogenoemde 30%-regeling. Daarmee kan 30% van het salaris onbelast worden uitbetaald. Bij het inlenen van met name zzp-ers is het van belang een juist beleid te voeren ten aanzien van VAR-verklaringen. De regelgeving rondom VAR-verklaringen gaat vermoedelijk per 1 april 2016 wijzigen. Bedrijven dienen dan met door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomsten te gaan werken als ze zzp-ers inhuren. Reden te meer om de komende maanden zorgvuldig te beoordelen hoe de afspraken met zzp-ers eruit zien.

Lokale (gemeentelijke) heffingen

Wanneer uw onderneming onroerend goed in eigendom heeft, wordt u ook geconfronteerd met de belastingen daarop. Met name voor hotels bestond er lange tijd weinig overeenstemming over de wijze waarop de WOZ-waarde van het onroerend goed moest worden bepaald. Daaraan is een einde gekomen met de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uitgebrachte taxatiewijzer voor hotels. De VNG streeft naar meer uniformiteit in de WOZ-waarderingen en heeft daartoe in deze taxatiewijzer richtlijnen uitgevaardigd voor de gemeentelijke taxateurs. In de praktijk blijkt echter dat het gevolg hiervan is dat de WOZ-waarden gemiddeld genomen hoger uitvallen dan voorheen.

Tevens spelen in de praktijk regelmatig verschillen van inzicht over de toeristenbelasting en dan vooral over de grondslag waarover deze wordt berekend.

Meijburg & Co helpt zijn cliënten bij de beoordeling van de WOZ-beschikking en tekent bezwaar aan indien deze te hoog is vastgesteld. Ook met vragen over bijvoorbeeld de toeristen- en precariobelasting kunt u bij onze specialisten terecht.

Vennootschapsbelasting

Nederlandse bedrijven betalen over hun fiscale winst vennootschapsbelasting. Het tarief is 20% bij een winst die niet hoger is dan € 200.000 en 25% over het gedeelte van de winst dat daar bovenuit komt. De vennootschapsbelasting wordt geheven over het ‘belastbaar bedrag’, dat kortweg bestaat uit de winst voor belastingen zoals opgenomen in de jaarrekening maar waarop nog diverse fiscale aanpassingen worden gemaakt. Fiscaal gelden namelijk andere regels dan voor de jaarverslaggeving. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om kosten fiscaal eerder in aftrek te brengen of bepaalde inkomsten (nog) niet in aanmerking te nemen. Door de fiscale regels efficiënt toe te passen kan de heffing van vennootschapsbelasting worden uitgesteld. Dit kan leiden tot een tijdelijk of permanent voordeel.

Als uw onderneming fiscale verliezen heeft, dan zijn deze verrekenbaar met winsten behaald in het voorafgaande jaar of met winsten die nog worden gemaakt gedurende de komende negen jaar. De mogelijkheid om het verlies te verrekenen vervalt na negen jaar (de zogenoemde verliesverdamping). Meijburg & Co heeft uitgebreide ervaring met het voorkomen van het verdampen van de fiscale verliezen van bedrijven.

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kent daarnaast nog diverse regelingen die tegemoetkomingen of extra aftrek geven voor investeringen in bedrijfsmiddelen, met name wanneer deze energiezuinig of milieuvriendelijk zijn. Indien u recent hebt geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen of als u van plan bent dat te gaan doen, kunt u mogelijk van deze gunstige fiscale regels gebruikmaken.Daarnaast zijn er fiscale faciliteiten voor het herstructureren van uw bedrijf, zoals het creëren van een structuur waarbij de operationele activiteiten worden gescheiden van het vastgoed (“property”), de ‘Opco/Propco structuren’. Dergelijke structuren stellen de onderneming in staat zich compleet te focussen op haar core business, of dit nu het bieden van hotellerie services is of het managen van vastgoed, en stellen bedrijven tevens in staat externe investeerders aan te trekken. Indien u overweegt uw bedrijf te herstructureren bespreken we graag met u op welke wijze uw onderneming gebruik kan maken van deze faciliteiten.