Op 23 oktober 2001 heeft de Europese Commissie het rapport 'De heffing van vennootschapsbelasting in de interne markt' gepubliceerd. Hierin wordt ingegaan op de problemen die bestaan in verband met bijvoorbeeld het gebrek aan grensoverschrijdende verliescompensatie, de bepaling van interne verrekenprijzen, de fusieproblematiek (belasting van vermogenswinsten op activa bij grensoverschrijding) en de herstructurering van internationale ondernemingen.

Als oplossing wordt de invoering van een geconsolideerde heffingsgrondslag voorgesteld. Dit kan worden bereikt door 'common base taxation' (CBT) of 'home state taxation' (HST) in te voeren. Onder CBT komen de lidstaten gemeenschappelijke winstbepalingsregels overeen, terwijl onder HST de eigen wetgeving wordt gehandhaafd, maar de winst van Europese ondernemingen wordt bepaald op basis van de regels van de lidstaat waar het hoofdkantoor of de moeder van de onderneming is gevestigd. Onder beide benaderingen wordt de totale winst over de lidstaten verdeeld op basis van een formule met daarin factoren als de omzet, de loonsom en de waarde van de bedrijfsactiva – 'formula apportionment' genoemd. Vervolgens kunnen de lidstaten hun eigen tarief toepassen op de toegedeelde winst.

Naar aanleiding van het rapport heeft de Commissie op dezelfde datum beleidsvoornemens bekendgemaakt in de mededeling 'Naar een interne markt zonder belastingbelemmeringen: een strategie voor het verschaffen van een geconsolideerde heffingsgrondslag aan ondernemingen voor de vennootschapsbelasting op hun activiteiten in de gehele EU'. Kern hiervan is dat de Commissie gaat onderzoeken op welke wijze een geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting kan worden bereikt.

Uit een notitie gericht aan de Ecofin-Raad van 10 en 11 september 2004 blijkt dat de Commissie zich verder zal gaan richten op de definiëring van een gemeenschappelijke belastinggrondslag voor vennootschapsbelasting. Getracht zal worden om daarin alle lidstaten te betrekken. Maar indien dit niet zou lukken, wordt voorgesteld om in het kader van de Verdragsbepalingen inzake nauwere samenwerking (de artikelen 43-45 EU-Verdrag) tot nadere besluitvorming te komen, wat slechts de instemming van acht lidstaten behoeft. De Ecofin-Raad heeft ingestemd met de installering door de Europese Commissie van werkgroepen die de technische bestudering van het CBT-document ter hand zullen nemen.