Op 31 maart 2017 is het conceptwetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden (hierna: het wetsvoorstel) ter consultatie openbaar gemaakt. Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van de verplichting tot het houden van een centraal register met informatie over uiteindelijk belanghebbenden – ‘ultimate beneficial owners’ (hierna: UBO's) – van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Deze verplichting vloeit voort uit de Europese richtlijn 2015/849 (hierna: de richtlijn) inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

Hierna vatten wij kort voor u samen wat de belangrijkste gevolgen zullen zijn indien het wetsvoorstel als thans voorgesteld wordt ingevoerd. Overigens is de concepttekst van de bijbehorende algemene maatregel van bestuur (hierna: AMvB), waarin aan veel begrippen een nadere uitleg wordt gegeven, (nog) niet beschikbaar.

Definitie UBO

In het wetsvoorstel wordt een UBO gedefinieerd als de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een onderneming of rechtspersoon. Er wordt geen concreet percentage aandelenbezit of zeggenschap genoemd. In een AMvB zal per type onderneming en rechtspersoon worden bepaald wie als UBO moet worden beschouwd. Momenteel is dan ook nog onbekend of het eerder gepubliceerde percentage van 25% aandelenbezit dan wel zeggenschap nog steeds geldt of dat mogelijk een lager percentage gaat gelden.

Entiteiten waarvan UBO-informatie wordt geregistreerd

Ten aanzien van de entiteiten waarvan UBO-informatie wordt opgenomen zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij de entiteiten zoals die worden genoemd in artikel 5 en artikel 6 van de Handelsregisterwet 2007: ondernemingen die in Nederland zijn gevestigd en rechtspersonen die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben ingeschreven. Daarnaast noemt de Minister het fonds voor gemene rekening als voorbeeld van een entiteit die binnen het bereik van het UBO-register kan gaan vallen. De gegevens van de UBO’s van eenmanszaken, verenigingen van eigenaren en publiekrechtelijke rechtspersonen worden (vooralsnog) niet in het UBO-register geregistreerd.

Aanleveren informatie

Entiteiten die zullen worden verplicht om informatie over hun UBO’s aan te leveren moeten doorlopend controleren of de door hen verstrekte informatie nog correct is. Het niet, niet juist, niet volledig dan wel niet tijdig aanleveren van informatie betreffende een UBO levert een economisch delict op. UBO’s zijn verplicht om hun medewerking aan de informatieaanlevering te verlenen. Voorgesteld wordt om aan de verplichting dat de UBO-informatie in het centraal register toereikend, accuraat en actueel is, invulling te geven door het instellen van een terugmeldingsplicht voor Wwft-instellingen (Wwft: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme), aangewezen bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid. Deze terugmeldingsplicht houdt in dat de genoemde instellingen verplicht zijn om melding aan het Handelsregister te doen indien zij gerede twijfel hebben over de juistheid dan wel het ontbreken van bepaalde UBO-informatie. Deze instellingen kunnen immers uit hoofde van de Wwft over UBO-informatie beschikken uit andere bronnen dan het Handelsregister.

Op te nemen UBO-informatie

In elk geval moeten de volgende gegevens van een UBO worden opgenomen: naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonstaat en aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang (hierna: de beperkte set gegevens). Aanvullend hierop zullen worden opgenomen: geboortedag, -plaats en -land, adres en BSN of buitenlands fiscaal identificatienummer. Daarnaast dienen er afschriften te worden opgenomen waaruit de identiteit van de UBO blijkt, waarmee wordt onderbouwd waarom een persoon de status van UBO heeft en waarmee de aard en omvang van dat belang wordt aangetoond. In de komende AMvB zal hier nadere invulling aan worden gegeven.

Toegang

In beginsel krijgt iedereen toegang tot de beperkte set gegevens. In aanvulling daarop worden aan bepaalde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid aanvullende gegevens verstrekt die relevant zijn in het kader van hun werkzaamheden op het gebied van toezicht en opsporing. De toegang tot de UBO-informatie wordt voorzien van waarborgen ten behoeve van de bescherming van de privacy en de persoonlijke levenssfeer van de te registreren UBO’s.

  • Afnemers worden geregistreerd voor zover zij niet de aangewezen bevoegde autoriteiten of de Financiële inlichtingen eenheid zijn.
  • Voor inzage in het register wordt een vergoeding gevraagd.
  • Afnemers anders dan specifiek aangewezen bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid krijgen inzage in de beperkte set UBO-informatie die als minimum wordt voorgeschreven in de richtlijn.
  • Alle informatie over een UBO behalve die over aard en omvang van het door de UBO gehouden economisch belang wordt afgeschermd indien een UBO minderjarig, anderszins (aantoonbaar) handelingsonbekwaam is of door het openbaar beschikbaar maken van diens gegevens wordt blootgesteld aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie.

Inwerkingtreding

Op grond van de Vierde anti-witwasrichtlijn dient de wetgeving uiterlijk 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd. Of dat ook gaat lukken is de vraag. Het gehele wetgevingsproces moet immers zorgvuldig zijn doorlopen en ook zal vervolgens bij het Handelsregister de implementatie van het UBO-register moeten plaatsvinden.

Zoals vermeld betreft bovenstaande een conceptwetsvoorstel. Vanzelfsprekend volgen wij de wetgevende processen op de voet en zullen wij u informeren over de vorderingen hieromtrent. Zodra de bij het wetsvoorstel behorende AMvB’s in conceptvorm beschikbaar zijn, zullen wij u nader informeren. Mocht u vragen hebben over het wetsvoorstel of wat dat precies voor u betekent, neemt u dan contact op met Meijburg & Co en Meijburg Legal.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat