Op 20 december 2016 zou de Eerste Kamer hebben gestemd over het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer, onderdeel van het pakket Belastingplan 2017. Op verzoek van staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft de Eerste Kamer dit echter niet gedaan. De staatssecretaris kwam tot deze opmerkelijke stap uit budgettaire overwegingen.

Achtergrondinformatie

Volgens de fiscale waarderingsregels mag pas rekening worden gehouden met een (toekomstige) indexatieverplichting op het moment dat deze lasten zich daadwerkelijk voordoen. Als in de pensioenovereenkomst is bepaald dat de opgebouwde pensioenaanspraken zullen worden geïndexeerd, zal daar rekening mee gehouden moeten worden. Er is daarbij een verschil tussen de situatie dat het eigenbeheerpensioen is ondergebracht in de werkgever-bv (intern eigen beheer) en de situatie dat het eigenbeheerpensioen is ondergebracht bij een ander directiepensioenlichaam (extern eigen beheer). In zijn algemeenheid geldt dat bij extern eigen beheer op de fiscale balans een hoger bedrag gereserveerd kan worden dan bij intern eigen beheer.

De staatssecretaris heeft in de Tweede Kamer aangegeven dat de indexatieverplichting bij extern eigen beheer deel uitmaakt van de te hanteren afkoop- of omzettingswaarde. Bij de werkgever-bv staat in de regel een ‘actiefpost indexatie’ op de balans, omdat deze bij de premiebetaling aan het directiepensioenlichaam niet de volledige premielast in aftrek mocht brengen.

Verder heeft de staatsecretaris bij de parlementaire behandeling in de Eerste Kamer het volgende aangegeven: “De indexatielasten kunnen ook ten laste van het fiscale resultaat worden gebracht ingeval de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraken met toepassing van het voorgestelde artikel 38n van de Wet LB 1964 worden afgekocht of omgezet in een oudedagsverplichting. Op het moment van afkoop of omzetting worden de indexatielasten voor die pensioenaanspraken daadwerkelijk gerealiseerd.”

Dit zou gelezen kunnen worden in het licht van een eerdere opmerking bij de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer, maar een ruimere interpretatie is ook mogelijk. De staatssecretaris heeft zich nu plotseling gerealiseerd dat hierdoor bij het uitfaseren van pensioen in eigen beheer mogelijkheden bestaan om de (toekomstige) indexatie op het moment van afkoop of omzetting ineens ten laste van de fiscale winst te brengen. Op het moment van afkoop of omzetting worden de indexatielasten voor die pensioenaanspraken immers “daadwerkelijk gerealiseerd”. Dat kost belastingopbrengsten, waarmee eerder kennelijk geen rekening is gehouden.

Onderzoek, novelle en wijziging ingangsdatum

De staatssecretaris wil nu een onderzoek doen naar de financiële aspecten daarvan, waarbij de omvang van de groep dga’s die gebruik kan maken van deze mogelijkheden een belangrijke rol speelt. Hij acht deze informatie cruciaal voor de Eerste Kamer om tot een ordentelijke besluitvorming te komen. De staatssecretaris heeft aangekondigd ook een novelle voor te bereiden waarin eventueel flankerende maatregelen zullen worden opgenomen en waarin hij ook een wijziging van de datum van inwerkingtreding zal voorstellen. Het uitfaseren wordt dus voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Meer duidelijkheid en meer tijd

In het traject van de novelle zullen ongetwijfeld weer nadere vragen kunnen worden gesteld door organisaties als de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. Dat levert de dga nieuwe informatie op die kan worden gebruikt om een verantwoorde beslissing te nemen. Het uitstel van de invoering van het wetsvoorstel geeft de mogelijkheid om ook het stopzetten van de verdere opbouw in eigen beheer nog wat uit te stellen. Sowieso was onder het wetsvoorstel uitstel mogelijk tot 1 april 2017. Als de fiscale waarde per ultimo boekjaar 2015 (dan wel de lagere waarde op afkoopdatum) bepalend blijft voor de korting van 34,5% die kan worden genoten, lijkt uitstel van het stopzetten van de pensioenopbouw echter geen extra fiscale voordelen op te leveren. Datzelfde geldt overigens als bijvoorbeeld de fiscale waarde per ultimo boekjaar 2016 bepalend zou worden. In alle gevallen is het zaak de verdere opbouw van pensioen in eigen beheer tijdig stop te zetten! Uitstel van die beslissing levert risico’s op een te late besluitvorming op. De sanctie is dat de waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraak progressief wordt belast (tot 52%) en dat 20% revisierente wordt geheven.

Het vervolg

Wij houden u uiteraard op de hoogte van verdere ontwikkelingen.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat