Eerder berichtten wij u over de voorgenomen wijzigingen met betrekking tot het huidige verschil in fiscale behandeling van winstuitdelingen door coöperaties (in beginsel niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting) en bv’s/nv’s (in beginsel wel inhoudingsplichtig), zie onze berichtgeving van 20 september 2016. In zijn brief van 16 december 2016 gaat de staatssecretaris van Financiën in op nadien door de Tweede Kamer gestelde vragen. Wij lichten deze brief hierna toe.

Achtergrond

In zijn brief van 20 september 2016 schetste de staatssecretaris de contouren van een nog in te dienen wetsvoorstel over het aanpassen van de Wet op de dividendbelasting. Om oneigenlijk gebruik te voorkomen, misbruik beter te bestrijden en gezien het staatssteunrisico is het kabinet ten eerste voornemens de houdstercoöperatie inhoudingsplichtig te maken bij een belang van 5% of meer, met als randvoorwaarde dat het reële coöperatieve bedrijfsleven niet wordt geraakt.

Ten tweede acht het kabinet het wenselijk de inhoudingsvrijstelling voor deelnemingsdividenden in ondernemingsstructuren uit te breiden naar deelnemingsverhoudingen waarbij de moedermaatschappij is gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten. De wet zal verder voorzien in een antimisbruikregeling. Het streven is om het wetsvoorstel, voordat het bij de Tweede Kamer wordt ingediend, in concept op internet ter publieke consultatie aan te bieden en vervolgens uiterlijk per 1 januari 2018 in werking te laten treden.

Brief van 16 december 2016

In zijn reactie op vragen van de Tweede Kamer hierover heeft de staatssecretaris het volgende aangegeven.

  • Een houdstercoöperatie zal wettelijk worden gedefinieerd als een coöperatie waarvan de feitelijke werkzaamheden hoofdzakelijk (dat wil zeggen voor 70% of meer) bestaan uit het houden van deelnemingen of het direct of indirect financieren van verbonden lichamen en personen.
  • Houdstercoöperaties worden in beginsel inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. Echter, de inhoudingsplicht voor houdstercoöperaties geldt alleen voor kwalificerende lidmaatschapsrechten, dat wil zeggen lidmaatschapsrechten die recht geven op ten minste 5% van de jaarwinst dan wel op ten minste 5% van de liquidatie-uitkeringen.
  • Voor de drempel van 5% wordt uitgegaan van het eigen lidmaatschapsrecht samen met de lidmaatschapsrechten van met het lid verbonden personen of lichamen.
  • Voor de drempel van 5% wordt ook aansluiting gezocht bij het nieuwe begrip ‘samenwerkende groep’ van (het renteaftrekbeperkende) artikel 10a Wet Vpb 1969, zoals dit is opgenomen in het Belastingplan 2017, zie onze berichtgeving van 20 september 2016 (de Eerste Kamer stemt hier op 20 december 2016 over). Indien er bijvoorbeeld twee leden zijn in een houdstercoöperatie, waarvan het ene lid een 1%-belang heeft en het andere lid een 99%-belang, is sprake van inhoudingsplicht in relatie tot beide leden indien die leden een samenwerkende groep vormen.
  • Zowel voor houdstercoöperaties als voor kapitaalvennootschappen zal met betrekking tot uitgekeerde deelnemingsdividenden in een ondernemingsstructuur een inhoudingsvrijstelling gaan gelden voor dividenden uitgekeerd aan een moedermaatschappij die is gevestigd in een lidstaat van de EU, de EER of in een land waarmee Nederland een volledig belastingverdrag heeft gesloten en er geen sprake is van misbruik.
  • De toekomstige antimisbruikbepaling zal in tegenstelling tot de huidige antimisbruikbepaling niet meer gericht zijn op de inhoudingsplicht van coöperaties maar op de toepassing van de inhoudingsvrijstelling door zowel kapitaalvennootschappen als houdstercoöperaties. De internationale ontwikkelingen in het kader van de principal purpose test uit het BEPS-project zullen hierbij worden betrokken. De staatssecretaris merkt op dat, gelet op de internationale ontwikkelingen, een verstrakking ten opzichte van de huidige antimisbruikbepaling voor de hand ligt.
  • Het voornemen is om in alle gevallen, dus ongeacht of sprake is van een houdstercoöperatie of kapitaalvennootschap, bij niet-verdragslanden dividendbelasting in te houden. Voor de inhoudingsplicht van de houdstercoöperatie geldt dan nog wel het 5%-criterium. Verder zou ook voor het reële coöperatieve bedrijfsleven geen sprake moeten zijn van inhoudingsplicht.
  • Het is de bedoeling dat de voorgestelde maatregelen ook effectief zullen zijn in de relatie met in het Caribisch gebied gelegen tot het Koninkrijk behorende landen en dat de voorgenomen inhoudingsvrijstelling voor deelnemingsdividenden ook in de relatie met deze landen gekoppeld wordt aan de op te nemen antimisbruikregeling.
  • Voor de budgettaire derving die ontstaat door het uitbreiden van de inhoudingsvrijstelling zal dekking moeten worden gevonden binnen het domein van het bedrijfsleven. Een en ander zal bepaald worden bij het indienen van het wetsvoorstel.
  • De staatssecretaris bevestigt dat Nederland er in zijn algemeenheid naar streeft om in belastingverdragen een 0%-tarief voor dividendbelasting in ondernemingsstructuren af te spreken. Als op basis van de nationale wetgeving een inhoudingsvrijstelling gaat gelden in deelnemingssituaties is het in een bepaald belastingverdrag opgenomen tarief in deelnemingssituaties voor Nederland als bronstaat niet relevant meer. Nederland zal in lopende en nieuwe verdragsonderhandelingen echter blijven streven naar een bronbelasting van 0% op deelnemingsdividenden in ondernemingsstructuren.
  • Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel in de eerste helft van 2017 op internet ter consultatie aan te bieden.

Ons commentaar

De invoering van een inhoudingsplicht voor de dividendbelasting voor zogenoemde houdstercoöperaties is een significante aanscherping van de bestaande regeling. Positief is dat er in ondernemingsstructuren een inhoudingsvrijstelling komt in verdragssituaties – zowel voor kapitaalvennootschappen als voor houdstercoöperaties –  mits er geen sprake is van misbruik. Volgens de brief van 16 december 2016 werkt deze vrijstelling echter niet voor leden van een houdstercoöperatie die niet in een ‘volledig verdragsland’ zijn gevestigd. Bij uitkeringen aan leden met een belang van meer dan 5% in een houdstercoöperatie die niet in een land zijn gevestigd waarmee een volledig belastingverdrag is afgesloten zal immers 15% dividendbelasting moeten worden ingehouden, net zoals nu al het geval is voor uitkeringen door kapitaalvennootschappen aan aandeelhouders. Omdat de staatssecretaris spreekt over een ‘volledig belastingverdrag’, zal een verdrag dat uitsluitend betrekking heeft op de uitwisseling van informatie op basis van de beantwoording van 16 december 2016 niet kunnen kwalificeren voor de inhoudingsvrijstelling.

We merken op dat de (concept) wettekst en de details van de regeling nog niet bekend zijn en dat deze waarschijnlijk pas ten tijde van de publieke internetconsultatie in 2017 duidelijk zullen worden. De voorstellen zullen op basis van de stand van zaken op dit moment naar verwachting echter een significante impact hebben op het gebruik van coöperaties in internationale structuren. Wij houden u uiteraard op de hoogte van het vervolg van de ontwikkelingen. Mocht u vragen of opmerkingen hebben, neemt u dan gerust contact op met uw gebruikelijke adviseur.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat