De pensioenrichtleeftijd wordt met ingang van 1 januari 2018 met een vol jaar verhoogd: van 67 naar 68 jaar. De AOW-leeftijd gaat in 2022 omhoog naar 67 jaar en drie maanden. Het uitfaseren van pensioen in eigen beheer is voor onbepaalde tijd uitgesteld, maar de overige fiscale pensioenmaatregelen zullen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 worden ingevoerd.

Verhoging pensioenrichtleeftijd

Stijgende levensverwachting

De pensioenrichtleeftijd is de ‘rekenleeftijd’ die wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw. Deze pensioenrichtleeftijd is sinds 1 januari 2014 bij wet afhankelijk gesteld van de ‘gemiddelde resterende’ levensverwachting. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft op 31 oktober 2016 het cijfer voor de gemiddelde resterende levensverwachting voor het jaar 2028 gepubliceerd. De pensioenrichtleeftijd wordt als gevolg daarvan met ingang van 1 januari 2018 met een vol jaar verhoogd: van 67 naar 68 jaar.

Fiscale en arbeidsrechtelijke gevolgen

Verhoging van de pensioenrichtleeftijd heeft tot gevolg dat de pensioenovereenkomsten met de werknemers voor 1 januari 2018 moeten worden aangepast. Hiervoor is overeenstemming nodig tussen de sociale partners, instemming van de Ondernemingsraad en/of overleg met de individuele werknemer.

De verhoging van de pensioenrichtleeftijd heeft diverse effecten voor het pensioen van de werknemer en de organisatie, waaronder een andere kostendekkende premie, een langere periode van kans op vooroverlijden en arbeidsongeschiktheid, langer doorwerken en compensatie in verband met lagere opbouw. Het verdient aanbeveling om tijdig na te denken hoe men met deze wijzigingen wil omgaan, bijvoorbeeld in verband met de gevolgen voor de organisatie vanwege het langer doorwerken, of als men de werknemers (bij voorkeur op fiscaal vriendelijke wijze) wil compenseren. Het eenzijdig aanpassen van de arbeidsovereenkomst/pensioenovereenkomst (zonder compensatie te bieden voor een verslechtering in de arbeidsvoorwaarden) kan op civielrechtelijke problemen stuiten. Uiteraard moet een en ander zorgvuldig en tijdig met de werknemers worden gecommuniceerd.

Overige fiscale pensioenmaatregelen 2017

Uitfaseren pensioen in eigen beheer uitgesteld

Het was de bedoeling dat het wetsvoorstel Uitfaseren pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (nr. 34 555) per 1 januari 2017 van kracht zou worden. Het uitfaseren van pensioen in eigen beheer is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Aangekondigd is dat er een novelle zal worden ingediend.

Overige fiscale pensioenmaatregelen gaan wel in per 1 januari 2017

De overige fiscale pensioenmaatregelen zullen via diezelfde novelle met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 worden ingevoerd. Het betreft de volgende vereenvoudigingen:

  1. Onder voorwaarden mogen het ouderdoms- en deelnemingsjarenpensioen zonder actuariële herrekening ingaan per de eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd wordt bereikt.
  2. Het partner-, wezen- en nabestaandenoverbruggingspensioen mogen ingaan per de eerste dag van de maand waarin de (gewezen) werknemer is overleden.
  3. De 100%-grens en de daarvan voor het partner- en wezenpensioen afgeleide grenzen worden afgeschaft.
  4. Het doorwerkvereiste bij uitstel van de pensioeningangsdatum van het ouderdomspensioen vervalt.
  5. De omvang van het nabestaandenoverbruggingspensioen wordt duidelijker omschreven en aangepast aan eerder doorgevoerde wijzigingen in andere wettelijke regelingen.

Belastingdienst hanteertoverige fiscale pensioenmaatregelen’ direct vanaf 1 januari 2017

De Belastingdienst gaat ervan uit dat de bovengenoemde overige fiscale pensioenmaatregelen inderdaad met terugwerkende kracht zullen worden ingevoerd (ook in afwachting van de verdere parlementaire behandeling van de novelle). Met andere woorden: de Belastingdienst hanteert de nieuwe regels al direct vanaf 1 januari 2017 (ook al staan deze nog niet in de wet) voor het toezicht op de toepassing van de fiscale pensioenregels.

Wat betekent een en ander voor werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders?

Werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders zullen de verhoging van de pensioenrichtleeftijd op tijd moeten verwerken in de systemen. Indien de pensioenovereenkomsten niet tijdig op adequate wijze zijn aangepast, kan dat leiden tot verval van de zogenoemde omkeerregel en heffingen tot 72% (52% loonheffing en 20% revisierente) over de volledige waarde van de individuele pensioenaanspraken. Het is dus van groot belang dat de wijzigingen tijdig worden doorgevoerd (voor 1 januari 2018). In dat kader zou het efficiënt zijn om ook de versoepelingen vanaf 2017 mee te nemen in deze wijzigingsronde.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat