Het was de bedoeling dat het wetsvoorstel Uitfaseren pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (34 555) per 1 januari 2017 van kracht zou worden. Het uitfaseren van pensioen in eigen beheer werd echter voor onbepaalde tijd uitgesteld. De datum van inwerkingtreding is nu als gevolg van een novelle (wijzigingsvoorstel) opgeschoven naar de eerste van de maand na publicatie in het Staatsblad. Dat wordt op zijn vroegst 1 april 2017. De overige fiscale pensioenmaatregelen worden ingevoerd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. De achtergrond van het uitstel is de volgende. De staatssecretaris vreesde voor een budgettaire derving waar indexatielasten ineens ten laste van de winst zouden kunnen worden gebracht bij afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting.

Indexatie bij intern eigen beheer

Bij intern eigen beheer (het pensioen wordt opgebouwd in de werkgever-bv of binnen de fiscale eenheid waarvan de werkgever-bv deel uitmaakt) doet het probleem zich niet voor. Bij een open geïndexeerd pensioen wordt rekening gehouden met een rekenrente van 4% (na inflatie). Voor afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting wordt afgestempeld van de commerciële naar de fiscale waarde. In de fiscale waarde zit geen indexatiecomponent.

Indexatie bij extern eigen beheer

Als bij extern eigen beheer indexatie is overeengekomen (het pensioen wordt niet opgebouwd in de werkgever-bv of binnen de fiscale eenheid waarvan de werkgever-bv deel uitmaakt, maar bij een separate vennootschap of een pensioenstichting), staat op de fiscale balans een hoger bedrag gereserveerd dan bij intern eigen beheer. Bij extern eigen beheer kan namelijk betaald zijn voor een indexatiecomponent bij het doteren aan de pensioenverplichting, of bij waardeoverdracht. Aangezien dit in de praktijk pas gebeurde na medio 2006 dan wel met ingang van 3 juli 2008, was het financiële effect beperkt. Bij de werkgever-bv staat in die situatie een transitorische actiefpost indexatie op de balans, omdat deze bij de premiebetaling aan de pensioen-bv niet de volledige premielast mocht nemen. Hetzelfde geldt voor de overnemende bv: de pensioenverplichting is overgedragen tegen de commerciële waarde, aan het eind van het jaar moet worden gewaardeerd volgens de fiscale waarderingsregels. De last mag fiscaal pas worden genomen in de jaren dat het pensioen daadwerkelijk wordt geïndexeerd. De indexatieverplichting maakt echter wel deel uit van de te hanteren afkoop- of omzettingswaarde. In de memorie van antwoord van de Eerste Kamer was dan ook aangegeven dat die last ineens ten laste van de winst zou kunnen worden gebracht bij afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting. Bij afkoop blijft dit ongewijzigd. Bij omzetting in een oudedagsverplichting mag de actiefpost voor de toekomstige indexatie in evenzovele gelijke jaarlijkse delen ten laste van de winst worden gebracht als het aantal gehele jaren dat de directeur-grootaandeelhouder op het omzettingstijdstip is verwijderd van de leeftijd van 87 jaar.

Alsnog indexatie toezeggen?

Nog even snel een indexatie toezeggen, al dan niet in samenhang met een waardeoverdracht, werkt helaas niet. Voor de korting wordt aangesloten bij de waarde per ultimo van het boekjaar dat eindigt in 2015 of bij de lagere waarde op het moment van afkoop. De voorwaarde om de indexatielast te mogen nemen (ineens bij afkoop of geleidelijk bij omzetting in een oudedagsverplichting) wordt dat een dergelijke actiefpost al voor Prinsjesdag 2016 in de aangifte vennootschapsbelasting moest zijn opgenomen.

Vooral niet afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting voor inwerkingtreding!

Een waarschuwing is hier op zijn plaats. De sanctie op te vroeg handelen is dat de waarde van de pensioenverplichting in het economische verkeer (het bedrag dat het kost om het pensioen onder te brengen bij een verzekeringsmaatschappij) progressief wordt belast. Daarnaast wordt 20% revisierente geheven. Diezelfde sancties treden op bij het prijsgeven van voor verwezenlijking vatbare aanspraken en bij het te laat stopzetten van verdere pensioenopbouw.

Wanneer stopzetten van verdere opbouw?

Veel van onze cliënten hebben de verdere pensioenopbouw in het verleden al stopgezet. Zij hoeven op het punt van schriftelijke vastlegging geen actie te ondernemen (tenzij dit nog niet mocht zijn gebeurd, bijvoorbeeld omdat geen salaris werd genoten). Alhoewel het stopzetten van de verdere pensioenopbouw kan worden uitgesteld tot drie maanden na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel, hebben wij cliënten die nog pensioen in eigen beheer opbouwen geadviseerd de verdere opbouw voor 1 januari 2017, althans zo spoedig mogelijk, te stoppen. Het uitstellen van die beslissing tot in 2017 lijkt geen extra voordelen te bieden en uitsluitend risico’s op te leveren.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat