Met datum van 9 oktober 2015 heeft de staatssecretaris van Financiën een geactualiseerd besluit gepubliceerd over de internationale aspecten van pensioenen en stamrechten. In dit besluit, een update van een besluit uit 2008, wordt ingegaan op de pensioenopbouw van inkomende werknemers en de pensioenafwikkeling van uitgaande werknemers.

Achtergrond

Buitenlandse pensioenregelingen voldoen doorgaans niet aan de regels die de Nederlandse wet stelt. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om toegelaten pensioenverzekeraars, opbouwpercentages en, sinds 1 januari 2015, het maximaal pensioengevend loon van € 100.000. Wanneer een ingekomen werknemer het buitenlandse pensioen voortzet, zou dit in beginsel tot belastbare werkgeversbijdragen en niet-aftrekbare werknemersbijdragen leiden. Bij uitgaande werknemers zou sprake kunnen zijn van belastingheffing bij een waardeoverdracht van het pensioenkapitaal of economisch dubbele heffing ten tijde van de uitkeringen (belaste opbouw en belaste uitkeringen).

Het besluit van 31 januari 2008 voorzag in meerdere tegemoetkomingen met betrekking tot grensoverschrijdende pensioenen. Het besluit van 9 oktober 2015 is een actualisering daarvan.

Het besluit van 9 oktober 2015

Het nieuwe besluit bevat diverse nieuwe standpunten en voorwaarden. Hierna geven wij een korte toelichting.

Deelname aan een aanvullende Nederlandse pensioenregeling

Op basis van het oude besluit konden voor een buitenlandse pensioenregeling alleen fiscale faciliteiten worden verkregen als geen sprake was van deelname aan een Nederlandse pensioenregeling. Op basis van het nieuwe besluit mag wel worden deelgenomen aan een aanvullende Nederlandse pensioenregeling. Voorwaarde hierbij is wel dat de gezamenlijke pensioenopbouw binnen de grenzen van de Wet op de loonbelasting 1964 blijft.

Uitbreiding tot tewerkstellingen vanuit EER-landen

Werknemers afkomstig uit het buitenland die in Nederland worden tewerkgesteld kunnen de pensioenregeling uit hun thuisland laten aanwijzen als een kwalificerende pensioenregeling. Voor een kwalificerende pensioenregeling zijn de werkgeversbijdragen onbelast en de werknemersbijdragen aftrekbaar. Nu kunnen ook werknemers afkomstig uit landen uit de Europese Economische Ruimte (EER) gebruikmaken van de ruimere voorziening, die voorheen alleen openstond voor werknemers afkomstig uit de Europese Unie (EU).

Aanwijzing op basis van belastingverdragen

In diverse belastingverdragen is een non-discriminatiebepaling opgenomen op basis waarvan de buitenlandse pensioenregeling als een kwalificerende pensioenregeling moet worden behandeld. Als de pensioenopbouw in de buitenlandse pensioenregeling niet aanzienlijk groter is dan bij een Nederlandse pensioenregeling, wordt fiscale faciliëring toegestaan op basis van de normen in het thuisland. De fiscale faciliëring gaat overigens niet verder dan de grenzen die de Wet op de loonbelasting 1964 stelt. Als het verdrag geen maximale termijn voor de fiscale faciliëring vermeldt, geldt een maximale termijn van tien jaar. Het is echter de vraag of deze beperking tot tien jaar eenzijdig kan worden opgelegd als het verdrag een dergelijke beperking niet kent.

De saldomethode na een waardeoverdracht vanuit het buitenland

Uitkeringen uit een Nederlandse pensioenregeling zijn in beginsel belast. Dit geldt ook voor het gedeelte van de pensioenuitkeringen dat betrekking heeft op het uit het buitenland overgedragen pensioenkapitaal. In dit besluit is goedgekeurd dat de saldomethode mag worden toegepast voor zover er voor de buitenlandse pensioenregeling geen fiscale faciliteit is genoten. Dit betekent dat de uitkeringen in Nederland onbelast zijn tot het bedrag aan premies waarvoor in het buitenland geen fiscale faciliteit is genoten.

Vervolgoverdracht pensioenkapitaal naar een buitenlandse pensioenuitvoerder

Een werknemer die een buitenlandse dienstbetrekking aanvaardt, kan onder voorwaarden zijn pensioenkapitaal zonder inhouding van loonheffingen overdragen aan een buitenlandse pensioenuitvoerder. Onder het oude besluit zouden bij een vervolgoverdracht alsnog loonheffingen worden gevorderd. Onder het nieuwe besluit is voorzien dat ook een vervolgoverdracht onder voorwaarden zonder inhouding van loonheffingen kan plaatsvinden.

Gedeeltelijke afkoop van een buitenlandse pensioenregeling

Als een werknemer het pensioen afkoopt na overdracht van het pensioenkapitaal naar een buitenlandse pensioenuitvoerder, vervalt in beginsel het uitstel van betaling voor de conserverende aanslag. Dit betekent dat er in principe direct moet worden afgerekend. Op basis van het nieuwe besluit kan afrekening echter achterwege blijven als de afkoop beperkt is tot het buitenlandse deel van het opgebouwde pensioenkapitaal.

Vervallen aansprakelijkheid bij waardeoverdracht aan de (pensioenuitvoerder) van de EU/ECB

Een van de voorwaarden voor een waardeoverdracht naar een buitenlandse pensioenuitvoerder is dat deze aansprakelijkheid aanvaardt voor eventueel verschuldigde belasting en revisierente bij ‘oneigenlijke handelingen’, zoals afkoop. Die voorwaarde wordt niet gesteld als de werknemer voldoende zekerheid stelt of de overdragende pensioenuitvoerder aansprakelijkheid aanvaardt. Indien de waardeoverdracht echter plaatsvindt naar de pensioenuitvoerder van de EU of de Europese Centrale Bank (ECB), dan vervalt de aansprakelijkheid van de overdragende pensioenuitvoerderzonder meer. Overname van de aansprakelijkheid door de (pensioenuitvoerder van de) EU of de ECB of zekerheidstelling door de werknemer is hiervoor niet nodig.

Pensioenen en stamrechten in buitenlands eigen beheer

Directeuren-grootaandeelhouders kunnen hun pensioen onderbrengen in een eigenbeheerlichaam. Ook een stamrecht kon (tot 31 december 2013) worden ondergebracht in een dergelijk lichaam (stamrecht-bv). Onder voorwaarden kan een eigenbeheerlichaam ook gevestigd zijn in een lidstaat van de EU of in een EER-land. De toepasselijke voorwaarden worden in dit besluit toegelicht.

Overgangsrecht

Het nieuwe besluit is van toepassing op alle tewerkstellingen die aanvangen vanaf 28 oktober 2015. De aanwijzingen op basis van het oude besluit blijven als hoofdregel van kracht. Op verzoek kan de bestaande aanwijzing worden gewijzigd in een nieuwe aanwijzing. Een omzetting is in ieder geval aantrekkelijk in geval van EER-pensioenregelingen en situaties waarbij op basis van een belastingverdrag voor tien jaar een aanwijzing kan worden verkregen. Het nieuwe besluit kan niet worden toegepast op de periode voor 28 oktober 2015. Dit betekent dat voor de gevallen uit de periode voor 28 oktober 2015 een aanwijzing zal moeten worden aangevraagd op basis van het oude besluit uit 2008 en voor de periode vanaf 28 oktober 2015 op basis van het nieuwe besluit.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat