Met ingang van 29 november 2016 implementeert Nederland de richtlijn van de Europese Unie voor toelating en verblijf van niet-EU-burgers die binnen een onderneming worden overgeplaatst. Nederland is één van de lidstaten van de Unie die Richtlijn 2014/66/EU hebben goedgekeurd. Alleen Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk doen niet mee. De richtlijn schrijft voor welke voorwaarden de lidstaten mogen stellen aan het verblijf van niet-EU-burgers in het kader van een concernoverplaatsing, ook wel bekend als intra-corporate transfer (ICT).

Doel ICT-richtlijn

De ICT-richtlijn is geïntroduceerd om binnen de EU meer mogelijkheden voor arbeidsmobiliteit voor niet-EU-burgers (ook wel aangeduid als derdelanders) te creëren; in dit geval specifiek voor personeel van internationale concerns met meerdere vestigingen in de EU.

Is het op dit moment nog nodig om voor iedere lidstaat waarin de concernmedewerker werkzaamheden verricht na te gaan of een aparte werk en/of verblijfsvergunning nodig is, na invoering van de ICT-vergunning mag dezelfde concernmedewerker, onder voorwaarden, ook in andere lidstaten werken voor de vestiging aldaar. Onder de richtlijn vallen managers, specialisten (sleutelpersoneel) en trainees die niet de nationaliteit van een van de EU-lidstaten hebben, die al ten minste drie maanden een arbeidsovereenkomst hebben met een buiten de EU gevestigde onderneming en die tijdelijk en onder marktconforme voorwaarden worden overgeplaatst naar een (of meerdere) vestigingen van dezelfde onderneming binnen de EU.

ICT-vergunning - één vergunning voor arbeid in meerdere lidstaten

De ICT-vergunning is een gecombineerde verblijfsvergunning wat betekent dat hierin de werkautorisatie is opgenomen en er dus geen aparte werkvergunning hoeft worden aangevraagd.

De aanvraag voor de vergunning wordt ingediend in de lidstaat waar de persoon voornemens is het langst te verblijven. Voor deze vergunning geldt een maximale termijn van drie jaar in het geval van sleutelpersoneel en maximaal één jaar voor trainees. Het is belangrijk dat verlenging van het verblijf in de EU op grond van de richtlijn niet mogelijk is en men op dat moment geacht wordt de EU te verlaten. Er geldt een wachttermijn van zes maanden voordat men opnieuw een ICT-vergunning kan aanvragen.

Zodra men beschikt over een ICT-vergunning in een lidstaat is het mogelijk om op basis daarvan gebruik te maken van het recht op arbeidsmobiliteit naar een van de andere lidstaten. Een onderscheid wordt daarbij gemaakt tussen ‘kortetermijnmobiliteit’ en ‘langetermijnmobiliteit’.

Kortetermijnmobiliteit is toegestaan tot ten hoogste 90 dagen binnen 180 dagen per lidstaat. Voor deze mobiliteit is het niet nodig om in de ontvangende lidstaat een verblijfsvergunning aan te vragen. Lidstaten mogen als voorwaarde stellen dat voor aanvang van de werkzaamheden een melding wordt gemaakt. Nederland heeft ervoor gekozen om deze notificatieverplichting inderdaad in te voeren.

Langetermijnmobiliteit duurt langer dan 90 dagen binnen 180 dagen en hiervoor moet in de ontvangende lidstaat wel nog een tweede verblijfsvergunning worden aangevraagd. Daarbij geldt wel een aantal versoepelde toelatingseisen. Ook geldt in Nederland dat gestart mag worden met de werkzaamheden terwijl de aanvraag nog in behandeling is; er hoeft dus niet op een beslissing te worden gewacht.

Hiermee maakt de ICT-richtlijn tijdelijke overplaatsingen naar entiteiten van dezelfde onderneming in andere EU-lidstaten mogelijk en gelden daarbij sterk versoepelde voorwaarden.

Overlap met kennismigrantenregeling

De doelgroep van de ICT-richtlijn overlapt voor een groot deel met die van de bestaande nationale kennismigrantenregeling. De aanvrager van een verblijfsvergunning kan echter niet kiezen tussen de kennismigrantenregeling en de ICT-vergunning. Indien men onder de reikwijdte van de ICT-richtlijn valt, dan kan alleen op grond daarvan verblijf worden aangevraagd.

Verschillen tussen de kennismigrantenregeling en ICT-vergunning:

Naar verwachting zullen personen die op dit moment voldoen aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning als kennismigrant straks waarschijnlijk ook kunnen voldoen aan de voorwaarden voor een ICT-vergunning.

Wij verwachten dan ook niet dat internationale concerns grote veranderingen in hun Global Mobility beleid moeten doorvoeren om ervoor te zorgen dat hun medewerkers ook in de toekomst kwalificeren voor een Nederlandse verblijfsvergunning.

Het is echter wel zo dat er een aantal kenmerkende verschillen zijn tussen de twee typen vergunning. De belangrijkste verschillen zijn opgenomen in onderstaande tabel:

 

Kennismigrantenvergunning

ICT-vergunning

Salariscriterium

Jaarlijks wordt het minimum bruto maandsalaris vastgesteld waaraan de kennismigrant altijd moet voldoen.

In principe geldt dat een ‘marktconforme’ beloning moet worden uitbetaald. Hieraan kan natuurlijk op vele manieren uitleg worden gegeven.
De autoriteiten stellen dat het kennismigrantencriterium de maatstaf is voor een marktconforme beloning.

Maximale duur

De duur is gekoppeld aan de einddatum in het contract met een maximum van vijf jaar bij een contract voor onbepaalde tijd.

Sleutelpersoneel kan voor maximaal drie jaar een verblijfsvergunning krijgen. Voor trainees is dit beperkt tot maximaal één jaar.

Mogelijkheid om de verblijfsvergunning te verlengen

Ja, het is mogelijk een verlenging van het verblijf aan te vragen, ongeacht de duur van eerder verblijf in Nederland.

Verlenging is mogelijk totdat de maximale verblijfsduur is bereikt. Hierbij telt ook het eerdere verblijf in andere lidstaten. Is eenmaal het maximum bereikt dan kan geen verlenging van het verblijf worden toegestaan op grond van de richtlijn.
Het is dan wel mogelijk om op basis van andere wetgeving verblijf aan te vragen.

Opbouw van verblijfsrecht

Ja, de kennismigrant bouwt tijdens het rechtmatige verblijf in Nederland verblijfsrechten op die van belang zijn voor bijvoorbeeld een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of naturalisatie.

Nee, een ICT-vergunning wordt gezien als een ‘tijdelijk’ verblijfsdoel en daarmee vindt geen opbouw van verblijfsrecht plaats. De tijd die men in Nederland verblijft op grond van deze vergunning tellen dus niet mee voor de ‘vijfjarentermijn’ die geldt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of naturalisatie.

Vereiste ‘erkend’ referent

Ja, voor de kennismigrantenprocedure geldt dat alleen werknemers van erkende referenten gebruik mogen maken van de regeling.

Nee, ook werkgevers zonder de status van erkend referent mogen van de procedure gebruik maken voor hun werknemers. Wel is het zo dat alleen voor erkende referenten bepaalde versoepelde procedure van toepassing zijn. Hun aanvragen krijgen naar verwachting snellere doorlooptijden en er zijn minder documenten nodig ter ondersteuning van de aanvraag.

Mogelijkheden voor arbeidsmobiliteit binnen de EU

Nee, op grond van een kennismigrantenvergunning mag alleen in Nederland arbeid worden verricht. Voor arbeid in andere lidstaten geldt dat steeds moet worden onderzocht of er eventueel een werkvergunning is vereist.

Ja, eenmaal in bezit van een ICT-vergunning is het, onder voorwaarden, mogelijk om tijdelijk werkzaamheden te verrichten bij een vestiging van de werkgever in een andere lidstaat. De exacte voorwaarden hangen af van de lengte van deze detachering en de lidstaat waar de werkzaamheden worden verricht.

 

Aanvraagprocedure

Hoewel op dit moment nog niet helemaal duidelijk is hoe de aanvraagprocedures er in de praktijk precies uit gaan zien heeft de IND toegezegd dat aanvragen die nog vóór 29 november 2016 zijn ingediend, in ieder geval nog onder de kennismigrantenregeling zullen worden afgedaan.

Aanvragen voor verblijf als kennismigrant die na 29 november 2016 worden ingediend, maar waarvan de IND vaststelt dat deze onder de reikwijdte van de richtlijn vallen, worden ambtshalve verleend onder de richtlijn, dus als ICT-vergunning. Dit is belangrijk om te voorkomen dat aanvragen op vormfouten worden afgewezen wat uiteraard vervelende gevolgen zou kunnen hebben.

Verder is het zo dat de bestaande kennismigrantenvergunningen van uw overgeplaatste concernmedewerkers gewoon geldig blijven. Ook als hun assignment wordt verlengd zal dit mogelijk zijn onder de kennismigrantenprocedure. De ICT-richtlijn is immers alleen van toepassing op diegenen die, ten tijde van de aanvraag, nog niet in de EU wonen.

Wij begrijpen goed dat u naar aanleiding van dit bericht wellicht nog behoefte heeft aan verdere toelichting, toegespitst op uw specifieke Global Mobility beleid. Wij zijn u vanzelfsprekend graag van dienst.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat