Per 1 januari 2016 zijn de documentatieverplichtingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) gewijzigd. Deze wijzigingen hebben betrekking op de ‘country-by-countryreporting’ (het landenrapport), de ‘master file’ (het groepsdossier) en de ‘local file’ (het lokaal dossier).

Op 1 januari 2016 is de Wet overige fiscale maatregelen 2016 in werking getreden. Deze bevat onder meer nieuwe documentatieverplichtingen die zijn opgenomen in de Wet Vpb en die gelden voor multinationale groepen. De nieuwe verplichtingen vormen een uitbreiding op de huidige documentatieverplichting van artikel 8b Wet Vpb. Hiermee implementeert Nederland de aanbevelingen van actiepunt 13 van het ‘Base Erosion and Profit Shifting’-project (BEPS) van de OESO. Voor nadere details over de nieuwe verplichtingen verwijzen wij graag naar ons (Engelstalige) memorandum van 17 september 2015. Op 30 december 2015 heeft de staatssecretaris van Financiën de Regeling aanvullende documentatieverplichtingen verrekenprijzen (DB/2015/462M) gepubliceerd. Deze bevat een nadere toelichting op de nieuwe documentatieverplichtingen voor multinationale groepen, inclusief modellen voor het landenrapport, het groepsdossier en het lokaal dossier.

Commentaar Meijburg & Co

Met de invoering van deze verplichtingen zullen concerns met grensoverschrijdende activiteiten op tijd moeten handelen om aan de nieuwe regels te kunnen voldoen. Voor Nederlandse groepsentiteiten die deel uitmaken van een multinationale groep met een minimale geconsolideerde groepsopbrengst van € 750 miljoen betekent dit dat uiterlijk 31 december 2016 een kennisgeving naar de Belastingdienst moet worden gestuurd waarin wordt aangegeven welke groepsentiteit het landenrapport zal indienen. Indien het boekjaar van de groep aanvangt op 1 januari 2016, moet het landenrapport vervolgens uiterlijk 31 december 2017 zijn ingediend. Boetes kunnen worden opgelegd wanneer het landenrapport door opzet of grove schuld niet of niet tijdig wordt ingediend. Een dergelijke boete kan oplopen tot € 20.250. Het niet voldoen aan deze verplichting kan ook leiden tot strafrechtelijke vervolging.

Daarnaast dient bij alle groepsentiteiten die belastingplichtig zijn in Nederland en deel uitmaken van een multinationale groep met een geconsolideerde groepsopbrengst van ten minste € 50 miljoen een groepsdossier en een lokaal dossier in de administratie aanwezig te zijn op het moment van indienen van de aangifte vennootschapsbelasting. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan, kan de desbetreffende belastingplichtige worden geconfronteerd met omkering van de bewijslast.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat