Op 21 oktober 2016 heeft het Franse Cour Constitutionnel geoordeeld dat het openbare register, waarin gegevens van bepaalde trusts met banden met Frankrijk worden vastgelegd, in strijd is met de Franse grondwet en in het bijzonder met art. 2 van de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen van 1789. Een Amerikaanse ingezetene van Frankrijk had de procedure aangespannen, omdat zij vond dat met de publicatie van haar persoonlijke gegevens in het openbare register haar privacy op onaanvaardbare wijze werd aangetast. In de uitspraak van het Hof is het register om deze reden ongrondwettig verklaard; het register is niet langer (publiek) toegankelijk.

Het Franse trustregister

Het Franse trustregister is ingevoerd als onderdeel van de Lutte contra la fraude fiscale et la grande délinquance économique et financière, ingevolge een Franse wet van 6 december 2013 om fiscale fraude en ernstige economische en financiële misdaad te bestrijden. In het Franse trustregister worden onder andere gegevens over de ultimate beneficial owner (UBO) van een trust geregistreerd. Het trustregister is ingevoerd om belastingontwijking en het witwassen van geld met behulp van trusts tegen te gaan. Hoewel het nastreven van dit doel, aldus het Franse Hof, in beginsel in overeenstemming is met de Franse grondwet en een inbreuk op de privacy van burgers kan rechtvaardigen, mag de inbreuk die het trustregister maakt op dit recht op privacy niet verder gaan dan noodzakelijk is om dit doel te bereiken. Doordat het register publieke informatie geeft over de wijze waarop een persoon zijn of haar vermogen heeft gestructureerd, en de Franse wetgever onvoldoende heeft onderbouwd op welke wijze het ongelimiteerd openbare karakter van het register bijdraagt aan het bereiken van de doelstelling van het register, is sprake van een ongeoorloofde en disproportionele schending van het recht op privacy.

Gevolgen voor het Nederlandse UBO-register

De uitspraak van het Franse constitutionele Hof heeft geen betrekking op het UBO-register dat op grond van de vierde Europese Anti-witwasrichtlijn door alle EU-lidstaten dient te worden ingevoerd. Ook heeft de Franse uitspraak uiteraard geen rechtskracht in Nederland. Toch geeft deze uitspraak voeding aan de gedachte dat een openbaar toegankelijk UBO-register ook in Nederland niet zonder meer in overeenstemming is met het recht. De Nederlandse Hoge Raad mag wetten niet toetsen aan de Grondwet en kan zich dus niet uitspreken over eventuele strijd van een openbaar UBO-register met het in artikel 10 van de Grondwet vastgelegde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit recht wordt echter ook beschermd door artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en door de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. De naleving van deze bepalingen is wel onderworpen aan rechterlijke toetsing.

Het Nederlandse wetsvoorstel voor de implementatie van het UBO-register wordt op korte termijn verwacht. Eerder dit jaar heeft het Ministerie van Financiën aangekondigd dat het Nederlandse UBO-register openbaar toegankelijk zal zijn. De recente Franse uitspraak scherpt in dat de Nederlandse wetgever de keuze om ook personen die geen legitiem belang hebben bij inzage toegang te geven tot het UBO-register, stevig zal moeten onderbouwen. Zonder een dergelijke onderbouwing lijkt een openbaar register niet per se toelaatbaar. Daarnaast komt de vraag op of Nederland een openbaar UBO-register moet willen invoeren, wanneer in een land als Frankrijk een vergelijkbaar register met een dergelijk openbaar karakter wordt aangemerkt als een schending van de grondrechten van de Franse burger. Het is dan ook onze verwachting dat diegenen die zich beijveren voor de bescherming van de privacy van UBO’s van Nederlandse entiteiten, de recente Franse uitspraak zeker aan de orde zullen stellen tijdens de internetconsultatie over het Nederlandse wetsvoorstel. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat