Familiebedrijven hebben wereldwijd te maken met grote verschillen in belastingheffing wanneer de onderneming bij nalatenschap of pensionering wordt overgedragen aan de volgende generatie. Landen hanteren internationaal niet alleen uiteenlopende belastingtarieven bij overdracht, ook de vrijstellingen waarvoor familiebedrijven in aanmerking kunnen komen verschillen aanzienlijk per land. Het gevolg hiervan is dat familiebedrijven in een aantal landen niet of nauwelijks fiscaal worden aangeslagen bij overdracht, terwijl in andere landen de aanslag in de miljoenen euro’s kan lopen. Bij nalatenschap van een familiebedrijf met een waarde van € 10 miljoen varieert de belastingheffing van € 0 tot bijna € 4 miljoen. En bij pensionering kan de maximale last zelfs oplopen tot meer dan € 5 miljoen. Dit blijkt uit onderzoek van KPMG in 42 landen naar de fiscale gevolgen van het overdragen van een familiebedrijf. De uiteindelijke heffing hangt sterk af van het land waarin de onderneming gevestigd is en de mogelijkheden die het land biedt tot belastingvermindering of –vrijstelling. In een aantal landen leidt dit zowel bij nalatenschap als pensionering tot een volledige kwijtschelding van de heffing.

Overheden stimuleren groei

“In het algemeen zien we dat overheden het goed voor hebben met familiebedrijven”, zegt Arnold de Bruin, partner bij KPMG en verantwoordelijk voor de familiebedrijvenpraktijk. De Bruin: “Want hoewel de fiscale regimes aanzienlijk per land verschillen, zien we dat de meeste landen investeringen in en groei van familiebedrijven ondersteunen en aanmoedigen. Dat doen ze met name door het opleggen van lage belastingheffingen bij de overdracht van het bedrijf aan de volgende generatie bij pensionering of nalatenschap. Wanneer sprake is van een fiscale heffing, bestaan er in het algemeen diverse mechanismen om de aanslag te verminderen of uit te stellen. Wel zien we dat de ontwikkelde economieën vaak hogere aanslagen opleggen aan familiebedrijven. Maar in tegenstelling tot de opkomende markten kennen deze landen ook uitgebreide en ruimhartige vrijstellingen.”

Mild regime in opkomende landen

De Verenigde Staten, Japan en de een aantal landen in West-Europa leggen bij overdracht forse fiscale heffingen op aan familiebedrijven”, zegt Olaf Leurs van KPMG Meijburg & Co. Leurs: “En ondanks de goede bedrijfsopvolgingsregeling heft ook Nederland relatief veel belasting bij overdracht van een familiebedrijf. China, India en de opkomende landen in Centraal- en Oost-Europa zijn aanzienlijk milder met hun belastingheffing. Het lijkt erop dat deze landen er duidelijk voor kiezen om het vermogen zoveel mogelijk binnen het familiebedrijf te houden, waardoor de ondernemingen in staat zijn te groeien en zich te ontwikkelen.”

Ongelijk speelveld

Uit het onderzoek van KPMG blijkt ook dat er soms grote verschillen in belastingheffing bestaan tussen buurlanden. Binnen de Europese Unie bijvoorbeeld wordt een Frans familiebedrijf met een waarde van € 10 miljoen bij nalatenschap aangeslagen voor een bedrag van ruim € 800.000, terwijl een vergelijkbare onderneming in Duitsland vrijgesteld is van belastingheffing. Leurs: “Dergelijke grote verschillen creëren een ongelijk speelveld voor familiebedrijven in Europa. Landen met een goede opvolgingsregeling stellen familiebedrijven veel beter in staat om door de generaties heen te blijven groeien. Aangezien familiebedrijven in alle landen de motor zijn van de economie, moeten overheden zich realiseren dat een ongunstig fiscaal regime voor de overdracht van familiebedrijven uiteindelijk ten koste zal gaan van hun economische groei.”

Download hier het gehele rapport  KPMG-Global-Family-Tax-Monitor_April2016.pdf (2,73MB)