Familiebedrijven in Europa maken zich zorgen over de beschikbaarheid van voldoende deskundig personeel. Vooral nu het vertrouwen van de ondernemingen in een beter resultaat groeit en de bedrijven de komende maanden aanzienlijk willen investeren, zien zij het tekort aan gekwalificeerd personeel als een belangrijk obstakel voor mogelijke groei.

Uit halfjaarlijks onderzoek van KPMG en de Europese organisatie voor Familiebedrijven EFB onder bijna duizend familiebedrijven in Europa blijkt dat bijna 40% de werving en het behoud van gekwalificeerd personeel als een belangrijk hindernis voor groei ziet. Om hun groeidoelstellingen te kunnen realiseren zouden de bedrijven bovendien een aantal veranderingen en hervormingen toejuichen.

"Van de onderzochte familiebedrijven geeft 30% aan dat flexibilisering van de regelgeving met betrekking tot de arbeidsmarkt een stevige impuls zou kunnen geven aan de groei", zegt Arnold de Bruin, partner bij KPMG en verantwoordelijk voor de Familiebedrijvenpraktijk.

De Bruin: "En ook een reductie van de indirecte loonkosten en een verlaging van de administratieve lasten kunnen volgens de ondernemingen bijdragen aan hun groeiambitie."

Veel veerkracht

Ruim de helft van de onderzochte bedrijven wist het afgelopen jaar meer omzet te genereren. En ruim 80% verwacht de komende twaalf maanden groei. Tussen de bedrijven bestaan echter grote verschillen. Van de grote bedrijven wist ruim 70% meer omzet te boeken. Bij de middelgrote ondernemingen slaagde bijna 60% meer omzet te genereren. Bij de kleine bedrijven is dit bijna de helft. 

De Bruin: "Het is geruststellend dat familiebedrijven ondanks de traag groeiende economie en de recente ontwikkelingen binnen de Europese markt, het vertrouwen in en optimisme voor de toekomst hebben behouden. Zij boeken hogere omzetten, betreden voortdurend nieuwe markten en trekken steeds meer personeel aan. Zo doet 76% van de ondernemingen inmiddels zaken over de grens. In 2013 was dit nog 60%.

Hoewel een aantal bedrijven na de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk weliswaar wat onzeker is geworden, laten de meeste ondernemingen veel veerkracht zien. Ze zijn er op uit om de kansen die zich aandienen te verzilveren en hebben een duidelijk beeld bij de factoren die het toekomstig succes bepalen, talentvolle werknemers en innovatie." 

Voldoende financiering

Uit het onderzoek van KPMG en de EFB blijkt verder dat de bedrijven de afgelopen zes maanden nauwelijks moeite hebben gehad om financiering te krijgen. De bedrijven maken hierbij met name gebruik van bankfinanciering en aandeelhouderschap. Bijna de helft van de bedrijven doet een beroep op de bank en 30% maakt gebruik van aandeelhouderschap.

De Bruin: "Daarnaast blijft het gebruik van eigen vermogen voor familiebedrijven een belangrijke vorm van financiering. De ondernemingen houden op deze manier immers meer controle over het bedrijf. Bovendien is het investeren van eigen vermogen in plaats van het verkrijgen van een lening in het algemeen voordeliger. Op de lange termijn zouden de bedrijven er dan ook de voorkeur aan moeten geven om te financieren vanuit het eigen vermogen."

Steeds verdergaande professionalisering

De groeiambities van de bedrijven hebben tot gevolg dat zij steeds meer maatregelen nemen om de organisatie verder te professionaliseren.

De Bruin: "De belangrijkste motor voor groei wordt volgens de bedrijven gevormd door het op orde hebben van alle processen die een goed bestuur binnen de onderneming garanderen, de governance structuur. Deze wordt steeds in toenemende mate geformaliseerd. Daarnaast krijgen de ondernemingen steeds meer oog voor de uiteindelijke overdracht van het familiebedrijf. Dat betekent dat de volgende generatie in een vroegtijdig stadium wordt betrokken bij het bestuur en dat de communicatie tussen de oude en de nieuwe generatie aanzienlijk meer aandacht heeft gekregen."

KPMG heeft in samenwerking met de European Family Business (EFB) onderzoek gedaan onder bijna duizend familiebedrijven in Europa.

Lees meer