Op 18 maart 2015 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd om te komen tot een automatische uitwisseling van informatie over grensoverschrijdende rulings en soortgelijke afspraken. Dit voorstel is opgenomen in een wijziging van de Bijstandsrichtlijn, de richtlijn die de uitwisseling regelt van informatie tussen de belastingdiensten van de Europese lidstaten.

Het voorstel maakt deel uit van een pakket maatregelen in het kader van de aanpak van belastingontwijking en schadelijke belastingcompetitie. Het is de bedoeling dat de wijziging eind 2015 zal zijn aangenomen en per 1 januari 2016 in werking zal treden. Andere maatregelen in het pakket zijn het intrekken van de Spaarrenterichtlijn en een mogelijke uitbreiding van de country-by-countryreporting door ondernemingen in alle sectoren.

Achtergrond

De huidige tekst van de Bijstandsrichtlijn (RL 2011/16/EU) maakt spontane uitwisseling van rulings wel mogelijk, maar dat gebeurt van geval tot geval en geeft veel ruimte tot interpretatie door de lidstaten. Daarom is dat instrument naar de mening van de Commissie niet effectief genoeg. Met ingang van 1 januari 2015 bestaat op grond van de Bijstandsrichtlijn tussen lidstaten de plicht om bepaalde informatie met betrekking tot een aantal specifiek genoemde inkomensbestanddelen van particulieren automatisch uit te wisselen. Daar vallen rulings niet onder. Dit was gesignaleerd in het Work Programme 2015 van de Commissie en heeft geleid tot deze aanpassing van de Bijstandsrichtlijn.

Nieuwe automatische uitwisselingsverplichting

Het voorstel legt de verplichting op aan lidstaten om automatisch informatie over grensoverschrijdende rulings en soortgelijke afspraken uit te wisselen. Het gaat om informatie over afspraken met belastingdiensten die belastingplichtigen zekerheid vooraf geven. De nieuwe verplichting ziet op zogenoemde APA’s (‘advance pricing agreements’) en ATR’s (‘advance tax rulings’) maar kan ook andere afspraken met de Belastingdienst omvatten, aangezien de definities in het voorstel ruim zijn omschreven. De nieuwe uitwisselingsverplichting ziet niet op binnenlandse rulings en evenmin op rulings die uitsluitend een natuurlijk persoon betreffen.

De informatie dient na inwerkingtreding van de wijziging te worden uitgewisseld met alle andere lidstaten en de Europese Commissie. Dit geldt ook voor de informatie over de rulings die in de afgelopen tien jaar zijn afgesloten en nog van kracht zijn.

Per kwartaal zal de volgende informatie over de in dat kwartaal afgesloten rulings moeten worden uitgewisseld:

  • de identificatie van de belastingplichtige en de groep waartoe deze behoort;
  • de inhoud van de ruling met inbegrip van een omschrijving van de relevante activiteiten of transacties;
  • de criteria die zijn gebruikt voor de bepaling van de onderlinge prijzen indien sprake is van een APA;
  • identificatie van de betrokken lidstaten;
  • eventuele andere betrokken belastingplichtigen, niet zijnde natuurlijke personen.

Lidstaten kunnen in voorkomende gevallen verdere informatie opvragen, inclusief de volledige tekst van de desbetreffende ruling.

Deze aldus uitgewisselde informatie moet door de lidstaten geheim worden gehouden. Verder kunnen lidstaten zich onder deze nieuwe regels niet beroepen op de uitzondering dat met de uitwisseling van informatie een commercieel geheim zou worden onthuld.

Andere initiatieven

Deze voorstellen moeten worden gezien in de context van vergelijkbare voorstellen van de OESO in het kader van BEPS-5. Dit actieplan roept namelijk op tot verplichte spontane uitwisseling van rulings. Dat voorstel is echter niet bindend voor de betrokken landen en bovendien is het bereik daarvan beperkter dan het thans gepubliceerde voorstel van de Commissie.

De voorgestelde uitwisseling van informatie moet verder worden onderscheiden van het onderzoek in het kader van mogelijke staatssteun door de Commissie naar de afspraken die belastingdiensten met bepaalde multinationals hebben gemaakt. Het feit dat de voorgestelde uitwisseling van informatie ook met de Commissie zal gebeuren, betekent echter niet dat lidstaten ontslagen zijn van de verplichting om mogelijke staatssteun vooraf te melden.

De reden om de Spaarrenterichtlijn in te trekken is dat de Bijstandsrichtlijn inmiddels per 1 januari 2016 is aangepast, waardoor op grond daarvan dezelfde informatie automatisch kan worden uitgewisseld. Verder moet worden opgemerkt dat de mogelijke uitbreiding van de country-by-countryreporting onder de nieuwe voorstellen, anders dan bij BEPS 13, openbaarmaking inhoudt zoals die thans geldt onder de EU-regels voor banken en de winningsindustrie.

Volgende stappen

Wanneer dit voorstel door alle lidstaten is aangenomen, zal het nog door de individuele lidstaten voor het einde van 2015 in hun wetgeving moeten worden geïmplementeerd. De verplichting om uit te wisselen zal per 1 januari 2016 in werking treden.

Verder verwacht de Commissie voor de zomer van 2015 een actieplan over de vennootschapsbelasting te publiceren. Daarin zullen onder andere de voorstellen voor een Europese gemeenschappelijke geconsolideerde basis voor de vennootschapsbelasting (de zogenoemde CCCTB) worden gepubliceerd.

Commentaar

Dit pakket van maatregelen maakt deel uit van verschillende internationale initiatieven gericht op meer transparantie en tegen agressieve belastingplanning. Het moet ook worden gezien in het licht van het publieke debat over de belastingmoraal. De Commissie heeft weliswaar aangegeven dat uitgewisselde informatie in dit kader geheim hoort te blijven, maar toch moeten ondernemingen zich ervan bewust zijn dat de Commissie ook onderzoekt of dergelijke informatie openbaar kan worden gemaakt.

Tot slot is de termijn waarop deze voorstellen in werking moeten treden zeer ambitieus. De vraag rijst dan ook of alle lidstaten wel in staat zullen zijn om tijdig, dus voor 1 januari 2016, hun wetgeving aan te passen.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat