De Eerste Kamer heeft op 7 maart 2017 het wetsvoorstel Uitfasering pensioen in eigen beheer en de novelle (het wijzigingsvoorstel) aangenomen. De mogelijkheid van opbouw van pensioen in eigen beheer voor de directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) wordt met dit wetsvoorstel per 1 juli 2017 afgeschaft. Dga’s die momenteel nog pensioen in eigen beheer opbouwen moeten voor 1 juli 2017 actie ondernemen om de verdere pensioenopbouw te stoppen. Er komt een tijdelijke maatregel om het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer fiscaal gefaciliteerd af te kopen.

Opties

Er kunnen drie keuzes worden gemaakt:

  1. afkopen,
  2. omzetten in een oudedagsverplichting (ODV),
  3. bevriezen.

Keuze 1: afkoop

De commerciële waarde van het ‘eigenbeheerpensioen’ kan fiscaal geruisloos worden afgestempeld naar de fiscale waarde. Vervolgens kan de dga de pensioenaanspraak in 2017 (op of na 1 april, niet eerder!), 2018 of 2019 afkopen tegen de fiscale waarde. Deze afkoopmogelijkheid geldt zowel voor ingegane als nog niet ingegane pensioenen. De grondslag voor de afkoop is de fiscale waarde op het moment van afkoop. Op deze grondslag wordt een korting verleend van 34,5% in 2017, 25% in 2018 en 19,5% in 2019. De korting bedraagt echter maximaal 34,5%, 25% of 19,5% van de fiscale waarde per ultimo van het boekjaar dat eindigt in 2015. Gerekend vanuit het hoogste inkomstenbelastingtarief (52%) leidt de (maximale) korting tot een belastingtarief van circa 34% in 2017, 39% in 2018 en 42% in 2019. De afkoopsom kan bijvoorbeeld naar privé worden gehaald, worden gebruikt om een rekening-courantschuld af te lossen, als kapitaal in de onderneming worden gelaten, worden benut om een andere oudedagsvoorziening te financieren of de partner te compenseren. Uiteraard is het in deze variant essentieel dat in elk geval de loonheffingen kunnen worden betaald.

Keuze 2: ODV

Een alternatief is afstempelen van de hoge commerciële waarde tot de lagere fiscale waarde in combinatie met omzetten in een ODV. Aanvullend opbouwen in de ODV is niet mogelijk; de ODV moet wel verplicht worden opgerent met het gemiddelde U-rendement (rente vastgesteld door het Verbond van Verzekeraars), ook in de uitkeringsfase. Het geld blijft in de onderneming en de dga behoudt een reservering voor de oude dag.

Keuze 3: bevriezen

Indien geen gebruik wordt gemaakt van de faciliteiten, blijft de huidige regelgeving vennootschapsbelasting en loon- en inkomstenbelasting van kracht (met alle voordelen en nadelen van dien). Het is dan met ingang van 1 juli niet meer mogelijk om het pensioen verder op te bouwen. Wel moet de pensioenverplichting actuarieel worden opgerent en als een indexatieverplichting in de pensioenovereenkomst is opgenomen, moet die ook worden uitgevoerd. Het is in deze variant niet mogelijk om de pensioenaanspraak af te stempelen tot de fiscale waarde.

Randvoorwaarden

Voor het stopzetten van verdere opbouw is de toestemming van de partner strikt genomen niet nodig. Voor het afkopen en omzetten in een ODV wel! De dga moet binnen een maand na afstempeling en afkoop/omzetting de Belastingdienst hebben ingelicht. Dit kan via een formulier dat is te downloaden van de website van de Belastingdienst. De partner moet meetekenen als bewijs van zijn instemming. Voor het terughalen van een bij de verzekeringsmaatschappij opgebouwd pensioen moet het verzoek voor 1 juli 2017 bij de verzekeringsmaatschappij zijn binnengekomen (voor dekkingspolissen waarbij de bv de begunstigde is gelden andere regels).

Voor een uitgebreidere toelichting en voorbeelden van deze opties verwijzen wij naar onze cliëntmemoranda van 29 september 2016, 23 november 2016, 21 december 2016 en 24 januari 2017.

Potentieel grote gevolgen

Het wel of niet gebruikmaken van de mogelijkheden kan fundamentele gevolgen hebben voor de vermogensverhoudingen tussen de dga en zijn partner, die bovendien doorwerken naar erfgenamen, afhankelijk van hoe en wanneer wordt gecompenseerd. Als niet wordt gecompenseerd, kunnen schenkingsaspecten aan de orde zijn. Dit geldt ook bij meerdere aandeelhouders, aandelen in handen van de kinderen en bij een directiepensioenstichting. De vermogenseffecten en belastingeffecten zijn divers en verschillend bij leven, bij overlijden en bij (toekomstige) scheiding, al naargelang de feiten en omstandigheden waarin u verkeert. Het maken van een keuze is dan ook niet eenvoudig en verdient een zeer zorgvuldige afweging.

Als u over het bovenstaande vragen hebt of behoefte hebt aan assistentie bij het beoordelen van de gevolgen van de verschillende alternatieven, kunt u contact opnemen met uw vaste aanspreekpunt bij Meijburg & Co.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat