Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat de vrachtwagenchauffeurs die via een Cypriotisch bedrijf voor Nederlandse transportbedrijven rijden onder de Nederlandse socialezekerheidswetgeving vallen. Het tussenschuiven van een Cypriotisch bedrijf heeft namelijk niet geleid tot andere aansturing of uitvoering van de werkzaamheden. Door middel van dit bericht informeren wij u over deze uitspraak en de gevolgen voor de praktijk.

 

Wat is de Cyprusroute?

Ondernemingen die de Cyprusroute gebruiken zetten werknemers op de loonlijst van een Cypriotische onderneming, terwijl deze werknemers het werk onder dezelfde omstandigheden uitvoeren als toen zij bij de Nederlandse onderneming op de loonlijst stonden. Het doel hiervan is om de werknemers sociaal verzekerd te laten zijn in Cyprus, waardoor de werkgeverslasten dalen.

De toepasselijke wetgeving

Als de EU-Verordening inzake sociale zekerheid (EU-Verordening 883/2004) van toepassing is op een werknemer, is de werknemer sociaal verzekerd in één lidstaat. Meestal is dit het land waar de werkzaamheden worden uitgeoefend.

Een van de uitzonderingen hierop is dat een werknemer die in meerdere landen werkt, sociaal verzekerd is in het land waar de werkgever is gevestigd. De uitspraak gaat – voor de toepassing van deze uitzondering – over de interpretatie van het begrip werkgever. De rechtbank benadrukt dat moet worden gekeken naar de feitelijke gang van zaken. Omdat in dit geval het Nederlandse bedrijf feitelijk sturend is gebleven, het kon beslissen over werving en ontslag en daarbij de tussenkomst van de Cypriotische werkgever niet tot een andere uitvoering van de werkzaamheden heeft geleid, kan de Cypriotische onderneming niet als werkgever worden gezien. De eerste uitzondering is daarom niet van toepassing.

Een tweede uitzondering is dat als een werkgever een werknemer detacheert naar een andere lidstaat, onder voorwaarden de wetgeving van toepassing blijft van het land van waaruit de werknemer wordt gedetacheerd. De rechtbank oordeelde dat in dit geval niet aan de voorwaarden wordt voldaan. De Cypriotische onderneming verricht naar het oordeel van de rechtbank geen substantiële activiteiten in Cyprus en er is geen sprake van een tijdelijke situatie. De tweede uitzondering is daarom ook niet van toepassing.

De praktijk

Op Europees niveau werd al eerder geoordeeld dat de toepasselijke wetgeving niet moet worden vastgesteld op grond van de door de werkgever en werknemer op papier gemaakte keuze, maar op basis van alle relevante feiten en omstandigheden. Op nationaal niveau heeft Rechtbank Amsterdam deze zienswijze gevolgd.