De Belastingdienst is recentelijk door lagere rechters in het gelijk gesteld bij het bestrijden van captives. Als gevolg hiervan merken wij dat de Nederlandse belastingdienst, in het kader van controles, steeds actiever wordt in het fiscaal betwisten van zogenoemde captives, die in groepsverband risico’s verzekeren. Dit is zeker het geval wanneer het gaat om buitenlandse captives die zijn gevestigd in een land dat een lager belastingtarief kent dan Nederland.

Rode draad in de argumentatie van de Belastingdienst is dat captives te weinig realiteitsgehalte hebben. Welke stellingen neemt de Belastingdienst hierbij in? Vaak gaat het om een combinatie van de volgende argumenten:

  • De verzekeringsactiviteiten vinden in werkelijkheid in Nederland plaats (‘substance over form’-benadering). Daarom moeten de resultaten van de captive aan Nederland worden toegerekend en hier worden belast. Alternatief kan er een vaste inrichting in Nederland worden geconstateerd, waar de resultaten aan worden toegerekend.
  • De verzekeringsactiviteiten ontberen realiteit. Weliswaar kan aan de captive enige relevante functie worden toegedicht, maar resultaatstoerekening aan de captive is beperkt tot een lage ‘handling fee’.
  • Ook al heeft de captive substance, de verzekeringspremies en de verrekenprijzen voor onderlinge diensten zijn onjuist. De verzekeringspremie van de betalende Nederlandse groepsvennootschap is daarom geheel of ten dele niet aftrekbaar.
  • De deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op de aandelen in een captive die door een Nederlandse vennootschap worden gehouden. De captive is immers laagbelast en omdat er geen verzekeringsactiviteit plaatsvindt, is slechts sprake van passief beleggen van vermogen.

Het is onze ervaring dat er tegen deze argumenten doorgaans veel in te brengen is om zo toch de captive te kunnen behouden. Meijburg & Co heeft recentelijk in een aantal situaties de discussie met de Belastingdienst over een captive tot een goed einde kunnen brengen. Belangrijke succesfactor hierbij is een multidisciplinaire samenwerking tussen verzekeringsexperts en transferpricingspecialisten.

Met vragen over deze bijzondere problematiek kan contact worden opgenomen met Otto van Gent en Jens Karreman.