Nederlandse ondernemingen die producten naar het Verenigd Koninkrijk exporteren, zijn in de toekomst aanzienlijk meer geld kwijt als gevolg van de aanstaande Brexit. Door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie vervalt een van de fundamentele vrijheden van de Europese Unie namelijk het vrije verkeer van goederen en krijgen ondernemingen die exporteren te maken met traditionele grensformaliteiten. “Nu het Verenigd Koninkrijk de EU formeel nog niet heeft verlaten, wordt de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland aangemerkt als intracommunautaire verkeer die in de btw-aangifte wordt opgenomen”, zegt Leon Kanters, partner bij KPMG Meijburg & Co en deskundige op het gebied van grensoverschrijdend zakendoen. Kanters: “Na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk wordt het verkeer van goederen tussen de twee landen aangemerkt als uitvoer en invoer en moet voldaan worden aan douaneformaliteiten. Deze douaneaangiften worden vaak door douane-expediteurs uitgevoerd. Afhankelijk van volume, complexiteit en mogelijke risico’s zouden de kosten per aangifte kunnen oplopen tot € 30 per aangifte. Gaat het om export van goederen van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk dan krijgen Nederlandse bedrijven te maken met een aangifte ten uitvoer in Nederland, eventueel een vervoersdocument én een aangifte ten invoer in het Verenigd Koninkrijk. Dit betekent dat Nederlandse bedrijven per levering al gauw € 70 tot 100 aan extra kosten kwijt zijn.” 

Grote gevolgen voor concurrentiepositie

Kanters constateert dat het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie economisch nauw verstrengeld zijn en een hechte samenwerking kennen. Kanters: “Het Verenigd Koninkrijk exporteert op basis van de cijfers van 2015 voor € 133,3 miljard naar de Europese Unie en importeert tegelijkertijd voor € 219,8 miljard euro uit de Europese Unie. Nederland exporteert voor € 38 miljard euro naar het Verenigd Koninkrijk en neemt hiermee een belangrijke positie in. Omgekeerd importeert Nederland vanuit het Verenigd Koninkrijk voor zo’n € 21 miljard. Zonder een nieuw vrijhandelsakkoord is de impact van een Brexit op de concurrentiepositie van Nederlandse exporteurs dan ook enorm. Dit geldt vooral voor bedrijven die producten van eigen bodem exporteren, zoals tomaten, kippenvlees, varkensvlees, suiker en ethylalcohol. Dit zijn vanuit een douanerechten optiek zeer belangrijke exportproducten voor Nederland. Een definitief Brexit, zonder vrijhandelsakkoord, zou niet alleen voor deze producten een enorme impact hebben en leiden tot aanzienlijke prijsstijgingen, maar ook voor andere producten. Op basis van de 500 belangrijkste exportproducten zou er ruim € 2,2 miljard extra douanerechten verschuldigd worden. De Nederlandse producenten kunnen hierdoor ernstig getroffen worden in hun concurrentiepositie.”

Grote behoefte aan vrijhandelsverdrag

De noodzaak van een vrijhandelsverdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie is volgens Kanters dan ook erg groot. Kanters: “Het ligt dan ook voor de hand dat, mocht het tot een Brexit komen, er een vorm van vrijhandel zal ontstaan tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Hierdoor zijn geen douanerechten verschuldigd. Een vrijhandelsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie leidt echter niet in alle gevallen tot eliminatie van douanerechten. Met name bij assemblage- en productieactiviteiten kan de oorsprong van de gebruikte materialen bepalend zijn voor een succesvol beroep op het vrijhandelsakkoord. Wanneer de waardetoevoeging in het Verenigd Koninkrijk of de Europese Unie te gering is, blijven douanerechten gewoon van toepassing bij het handelsverkeer tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie, zelfs wanneer er een handelsakkoord is gesloten.”