Op Prinsjesdag, 20 september 2016, heeft het kabinet het pakket Belastingplan 2017 aangeboden aan de Tweede Kamer. Een van de voorgestelde fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2017 is het afschaffen van het pensioen in eigen beheer. Wij informeren u hierover graag als volgt.

Met ingang van 1 januari 2017 is pensioenopbouw in eigen beheer door de directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) niet langer mogelijk. Er bestaan drie opties:

  • 1) gefacilieerde mogelijkheid tot afkoop;
  • 2) omzetten in spaarvariant (‘oudedagsverplichting’);
  • 3) niets doen.

Hieronder vindt u een toelichting op deze drie opties.

Optie 1: gefacilieerde mogelijkheid tot afkoop

De dga krijgt gedurende een periode van drie jaar de mogelijkheid zijn opgebouwde pensioenaanspraak af te kopen. Deze afkoopmogelijkheid geldt voor zowel reeds ingegane als niet-ingegane pensioenen. Hierbij wordt de pensioenaanspraak fiscaal geruisloos (dat wil zeggen: zonder loonbelasting, revisierente en vennootschapsbelasting) afgestempeld naar de fiscale waarde (het niveau van de waarde van de pensioenverplichting op de balans voor de heffing van vennootschapsbelasting). Deze fiscale waarde van de pensioenverplichting vormt het uitgangspunt voor de vaststelling van de grondslag van de loonbelasting die verschuldigd is ter zake van afkoop, met dien verstande dat op deze grondslag een korting wordt verleend. De korting die hierbij wordt gegeven neemt per jaar af. In 2017 geldt een korting van 34,5%, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%. Gerekend vanuit het hoogste inkomstenbelastingtarief (52%) betekent dit een belastingtarief van circa 34% in 2017, 39% in 2018 en 42% in 2019. Na 2019 is het niet meer mogelijk gebruik te maken van de gefacilieerde afkoopregeling.

Rekenvoorbeeld gefacilieerde afkoop

Ter illustratie het volgende rekenvoorbeeld van een afkoop in 2017:

Economische waarde:    € 912.398
Fiscale waarde 2017:     € 320.751
Waarde ultimo 2015:      € 300.000

Zoals gesteld vormt bij afkoop in 2017 de fiscale waarde op dat moment het uitgangspunt voor de vaststelling van de grondslag voor de loonbelasting. Er wordt uitsluitend een korting verleend van 34,5% op de fiscale (balans)waarde zoals die luidde op 31 december 2015 (in dit geval € 300.000).

Verschuldigde loonbelasting

maximaal (100% - 34,5%) x € 300.000 x 52%

€ 102.180

Verschuldigde loonbelasting

maximaal 100% x (€ 320.751 - € 300.000) x 52%

€ 10.790

Totaal

€ 112.970

De afkoop in 2017 zal leiden tot een effectief tarief van 35% (= € 112.970 / € 320.751). Er is in dit geval geen revisierente verschuldigd.

Voor afkoop in 2018 of 2019 is hetzelfde voorbeeld van toepassing, alleen gelden andere kortingspercentages. Een afkoop in een later jaar zal ook leiden tot een hoger effectief tarief.

Optie 2: omzetten in spaarvariant (oudedagsverplichting)

Voor de afkoop van het pensioen in eigen beheer is het noodzakelijk dat de dga over voldoende liquide middelen beschikt om de verschuldigde loonheffing bij afkoop te kunnen voldoen. Voor degene die het pensioen in eigen beheer niet wil of kan afkopen geldt ook dat de vaak hogere commerciële waarde mag worden afgestempeld tot de lagere fiscale waarde, mits het pensioen wordt omgezet in een spaarvariant (oudedagsverplichting). Op deze manier worden dga’s grotendeels bevrijd van de hoge pensioenverplichting, terwijl het geld in de onderneming blijft en de dga een reservering voor de oude dag behoudt. Het doen van een dividenduitkering blijft in dit geval mogelijk, maar het pensioen kan hierbij niet verder worden opgebouwd. De pensioenverplichting stijgt jaarlijks alleen nog met een wettelijk voorgeschreven rente. Belastingheffing vindt plaats in de uitkeringsperiode, waarbij de reservering na het bereiken van de AOW-leeftijd gedurende twintig jaar gelijkmatig moet worden uitgekeerd. Wanneer wordt afgezien van afkoop van het pensioen in eigen beheer, is het mogelijk de uitkeringen maximaal vijf jaar eerder te laten ingaan. Kiest men hiervoor, dan wordt de periode van twintig jaar vermeerderd met het aantal jaar dat de uitkering eerder ingaat.

Rekenvoorbeeld omzetting in spaarvariant

Economische waarde:    € 912.398
Fiscale waarde 2017:     € 320.751
Waarde ultimo 2015:      € 300.000

Bij omzetting in een oudedagsverplichting kan in 2017 € 320.751 worden gereserveerd als oudedagsverplichting. In alle gevallen rent vanaf het moment van omzetting het bedrag van de oudedagsverplichting verplicht op met toepassing van het zogenoemde U-rendement.

Optie 3: niets doen

Indien geen gebruik wordt gemaakt van de faciliteiten blijft de huidige regelgeving vennootschapsbelasting en loon- en inkomstenbelasting van kracht. Het is dan niet meer mogelijk om het pensioen verder op te bouwen en het is niet mogelijk de pensioenaanspraak af te stempelen tot de fiscale waarde. Daarnaast is het ook niet meer mogelijk alsnog gebruik te maken van de kortingsregeling. Oprenting van tot en met 31 december 2016 opgebouwde aanspraken vindt nog wel plaats.

Tot slot

Indien het voorstel tot het afschaffen van het pensioen in eigen beheer wordt doorgevoerd, worden de wijzigingen van kracht per 1 januari 2017. Bij het kiezen van de voor u juiste optie spelen er diverse factoren mee. Meijburg & Co is u natuurlijk graag van dienst bij het afwegen van de verschillende opties en het bepalen van een voor u passende keuze.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat